De man ging. Huib liet hem uit en informeerde in de gang nog even terloops naar de prijs, ’t Was te duur!
— Een vies mannetje, zei de acteur, die kwaad was, omdat het niet gelukt was.
Matje grijnsde.
— Over drie dagen roken wij alle drie lekker, zei hij.
—■ Als ’t oploopt en die vette kerel vet verdient, antwoordde Huib.
— Het loopt op, zei de ziener in profetische zekerheid.
— Hij gaat verdomme zelf in zijn helderziendheid geloven, lachte de ander.
Er was nog één vrouwtje de wachtkamer binnengelopen.
— Duidelijk een jodinnetje, vertelde de acteur. Een jaar of veertig, schat ik.
— Laat haar binnen dan zijn we klaar voor vanavond.
Het was een klein, zwart vrouwtje, dat hem aankeek met een paar felle, donkere ogen, die nerveus glinsterden.
—• Ik kom u raad vragen, begon ze. Ik weet niet of het goed is, ik bedoel: ik weet niet of u daarvoor zit, maar ik......
— Ik zit voor die hele mensheid, deelde Matje bescheiden en met bepaald iets van wijding mee. Zij komen tot mij allemaal met hun problemen en hun angst.
De vrouw knikte.
—• Misschien is het angst. In elk geval weet ik me' er geen raad mee.
-Kij vertel, moedigde Mattheus haar aan.
— Eigenlijk geloof ik er niet in, zei ze eerlijk, maar
ik weet niet waar ik ermee heen moet en ik...... Ik
moet er over praten met iemand. U moet mij niet verkeerd begrijpen, rectificeerde ze haastig. Het is geen wantrouwen, maar verkeerd begrijpen, als je......
—■ Kij hebt veel meekemaakt, ik zie.