—■ Slaat hij me dood, meneer?
— Een paar builen, denk ik, maar niet dadelijk. Eerst hij zal anders zijn.
De vrouw keek eerst even en lachte toen. In haar ogen keerde de glans.
— Kij dat maakt met hem.
Ze schaterde.
— Dat kunt u aan mij overlaten! Ik ga naar Jan en pak mijn boeltje! Ik ben blij, dat ik naar u toegekomen ben! ’t Is een hele opluchting, ’k Zie me al op wacht staan om Wim te pikken! Die zal wonder wat denken. Hij is toch nogal grosig!
Ze lachte weer in voorpret.
— ’t Zal toch lollig zijn als we mekaar weer zien. Nou ja, lang zal ’t niet duren! Dan komen de builen, schaterde ze. Ik zeg maar: alle kerels de koorts! Wat krijgt u van me? Niet duur wezen, hoor! Ik ben maar een arme vrouw! En ze loeren op me!
— De prijs is een kulden, kij weet, maar kij betaalt een kulden meer.
Het vrouwtje keek hem even aan, liet toen het hoofd zakken, trok haar lippen bij elkaar met de mond een ietsje vooruit en vroeg toen half lachend:
— En waarom moet ik een gulden meer betalen dan een ander?
— Omdat kij kewend zijt u te laten betaal en omdat kij moet leren zelf te betaal! antwoordde Matje strak.
— Verrek, zei Johan.
— Onze ziener speelt voor paedagoog van de vlakte, grinnikte Huib.
Het vrouwtje bleef in de houding van coquette speelzucht: — En als ik weiger die gulden meer te betalen?
— Dan zal ik de asjmedei, die zit in u, laat opkomen en zich verenig met de geest tot de jitzerorre en Wim zal weet!
De vrouw schrok.
— Jan, begon ze, maar Matje liet haar geen tijd.