hij het gevoel van schuld nooit kwijtraken! Ook al had die dood niets uitstaande met dat ellendige van nu.
Nerveus begon hij heen en weer te lopen. Zonder het te weten greep hij plotseling de knop van de deur. Hij wilde naar de slaapkamer gaan, maar hij ging niet. Moe liet hij zich weer in de stoel zakken.
—• Lieve God, zei hij zacht, wat zijn we nou eigenlijk precies? Zeg mij wat ik moet, bidden of vloeken? Hij vloekte.