leven. Het liedje, dat het „lied van moeder” was. Meegenomen uit de jonge jaren van stiekeme eenzaamheid, waarvoor je je geneerde maar die toch niet weg wou en waarvan de stemming nafilterde door alle later gekomen jaren. Complex? Nonsens! Het was het voedsel van de jeugd en de vrucht der jaren was ermee doortrokken. Geen mens zal ooit zich los kunnen maken van zijn jeugd, zijn liefdes, zijn verlangens, zijn . . . milieu. En als er vergeten ist is dat alleen maar uiterlijk en „voor anderen”. In de stilte blijft de bekentenis.
Johan dacht plotseling weer aan die paar zinnen, die hij gelezen had in een novelle van Somerset Maugham. Ze stonden dadelijk al in het begin van het verhaal en hij was die avond niet verder gekomen. Oude waarheid. Toch nieuw. Zoals het oude lied steeds weer nieuw geboren werd: „For men and women are not only themselves; they are also the region in which they were born, the city-apartment or the farm in which they learnt to walk, the games they played as children, the old wives tales they overheard, the food they ate, the schools they attended, the sports they followed, the poets they read and the God they believed in. It is all these things that made them what they are”.
Justus, de kater, stond op, strekte zijn dicht bij elkaar geplaatste poten tot rechte zuilen en rekte zijn rug in een bijna onwaarschijnlijk korte, hoge boog. Toen sprong hij op de smalle armleuning van de stoel, liet zich voorzichtig zakken, sloeg zijn staart in een sierlijke boog om de voorpoten, kneep zijn ogen half dicht en bleef verder roerloos, als een mediterende wijze.
—• Nou moet ie toch denken, peinsde Johan. Misschien zit hij met hetzelfde probleem als ik maar dan op zijn katers. Drie dingen onderscheiden de mens van het dier, zeggen ze: het abstracte denken, het gebruik van de taal en het gebruik van technische hulpmiddelen. Goed, het laatste is waar, maar de eerste twee? Geen taal? Wat weten wij daarvan? En het denken? Duizend proeven, geen resultaat. Is dat bewijs? Laat me