Ze hoorden iemand op de trap en vlak daarop werd er geklopt. Het was de sluike hospes, die kwam vragen of Minna „als ze meneer uitliet” de grendel op de voordeur wilde schuiven.
—■ Rotkerel, schold Johan, toen de vent weg was, maar Minna verdedigde hem: Knorrie is alleen maar jaloers, zei ze en jij bent dom!
Ze reikte hem haar handen. Hij lachte en trok haar naar zich toe.
Toen hij wegging, sloeg de Westertoren twee uur.
—• Kom je morgenavond weer? vroeg ze, toen ze al in de gang stonden.
Hij bedacht zich even en toen was er iets, dat hem zei, dat hij „Nee” moest zeggen. Ze was zeer teleurgesteld, zei ze, maar hij bleef erbij en hij sprak af voor overmorgen.
— Kom je me dan weer af halen? Dat vind ik zo leuk en dan hebben die andere meiden zo lekker de pee in. Ze kennen jou natuurlijk allemaal!
Hij voelde even iets onaangenaams, maar zette zich erover heen en haalde zijn schouders op. Hij kuste haar en ging. In hem waren de onrust en de onzekerheid en hij wist niet precies waarom.
— We zullen zien, beloofde hij zichzelf en riep een taxi, die juist voorbijkwam.