al! De zelfs zo betrekkelijke materiële vastigheid is de pest voor de menselijkheid. Zeer onparlementair gezegd.
— Voor een dominee zeker, bevestigde Johan. Maar je hebt gelijk: het is het baantje. Dat is de blinddoek en de zotskap tegelijk. Zij, die het hebben, spelen patertje langs de kant en dollen met de nonnetjes, zo vaak als ze de kans krijgen. En. de memorie voor de strijd, die ze zelf gestreden hebben, is weg, zo goed als het begrip voor hen, die nog aan het horderennen zijn.
— Goed, zei de dominee, ik mag die kerel van hiernaast ook niet, maar zo’n opduvel is toch geen argument. Daar bereik je niets mee.
— Dat moet je niet zeggen, meende Johan. Hij lag wel niet dadelijk, maar hij kwam toch wel op die stoel daar terecht en je kunt dus zeggen, dat hij er dadelijk mee zat. En verder moet je ook niet vergeten, dat er zeker honderden zijn, die graag hetzelfde gedaan zouden hebben als die derdehands toneelspeler, maar het alleen maar laten, omdat ze niet durven vanwege de herrie en het fatsoen. In hun dromen timmeren ze elke dag een paar keer op hem en de anderen los!
— Het Kerknieuws roept, zei de man van de Stromingen en hij draaide zich om.
—■ Stil laten roepen, adviseerde Johan. Het blijft toch een woestijn.
Maar dominee trok zich toch terug en Johan ging tikken.