van zeer grote betekenis. Dat wil ik bewijzen. Daarvoor „zit” jij! En als we onze ervaringen publiceren, zal ieder mens met een tikkeltje inzicht begrijpen, dat het niet altijd zo goed afloopt als hier, eenvoudig omdat die anderen bij die goede afloop geen belang hebben en bovendien — en dat kan je als een welgemeend compliment van me opvatten, want dat meen ik uit de grond van me je weet wel — omdat er niet zo heel veel kerels rondlopen met een psychologisch inzicht in de mens als Mattheus Onno! Geef mij de vijf en hou ze verder bij je séance boven de tafel!
Matje gaf hem een hand en keek hem aan.
—• Van mens tot mens, begon hij, maar Johan lachte.
—• Accoord, zei hij.
Toen de laatste klant verdwenen was, bracht Gijs koffie. Ze bleven nog even zitten napraten.
—''Niet te lang, zei Huib.
—• Moet je woelen op de Kring? informeerde Matje, die blijkbaar een amoureuze collega zocht.
Huib schudde zijn hoofd: Nee. Ik ben moe. Vanmorgen om negen uur zat ik al op de trein en ik heb de hele dag in Hilversum voor de microfoon gestaan in een hoorspel. Tot over vijven.
—■ Rotzooi, de radio, besliste Johan en toen Huib zei, dat hij hield van het werk voor „het potje” in de studio en dat hij in het hoorspel een nieuwe kunst van de toekomst zag, schudde de journalist het hoofd: Dat bedoel ik niet, kerel. Daar heb ik geen verstand van en daar matig ik me geen oordeel over aan. Het zal wel waar zijn wat je zegt, want datzelfde lees ik ook wel eens in de dagbladen en wat gedrukt voor je staat is waar, zoals je weet. Maar tot dusver zijn het alleen maar de kleine kunstkeuteltjes, die over radio schrijven, want de Grote Kunstkenners hebben geen tijd om te luisteren of zien er niets in. Iets, dat niet officieel ontdekt is, bestaat voor een Overkunstschrijver natuurlijk niet. Daarom hebben de lui, die zich wel