—■ Kij u nu voelt bezwaard, maar kij hoeft niet te zijn zo, ik bedoel, vervolgde hij. Alles op aarde is, zoals het moet zijn en het kroeit zoals het kroeien moet.
Huib grinnikte zacht.
— Kroeit, zegt de vuilak, grijnsde hij. Hij bedoelt: Kroelt!
—Stil, weerde Johan af.
— Ja, meneer, zei ’t vrouwtje. Ik voel me soms wel een beetje raar, want ’t is natuurlijk een beetje gek, zoals ’t nu is, dat zal u begrijpen.
—• Een beetje veel miskien? informeerde de boef en zij lachte even met een te luide lach. Toen stopte hij plotseling.
— Wachten, gelastte M atje. Ik zie skerp. Kij moogt niets doen nu in deze fase:. Dit is wat die metaphysici noemen de jitserorre!
— Wat kakelt ie nou? vroeg Huib, die Johan zag lachen.
— Jiddisj, antwoordde: die. Jitserorre is de duvel in ’t lijf.
— Kij moet wacht en laat die ding zoals zij zijn. Dat is voor u nu het beste.
Matje keek haar weer aan en vroeg toen met iets
van een lach: Toch ook niet...... onprettig, ik meen?
Zeg mij!
Ze liep eerste even rood aan en lachte toen weer de lach.
— Nee meneer. Dus moet ik tegen geen van beiden iets zeggen?
— Nee. Kij moet terugkoom morgen.
Hij stond op en wees naar de deur.
—'Wat ben ik u schuldig, meneer?
—• Niets. So koed.
Hij liep met haar naar de deur en drukte haar daar in de hoek, waar het stil werd.
— Verdomme, vloekte Johan zacht. Hij maakt er een kast van!
Hij greep een stoel, die vlak bij hem in de buurt