Zie II. 2. 3.
Heschel ( 1962), Vol.11: 'The Prophet as a homo sympathetikos ', pp. 88-90.
Heschel (l 962, vol. I, p. 121): 'He ((Jeremiah)) was a person, overwhelmed by sympathy for God and sympathy for man. Standing before the people he pleaded for God; standing before God he pleaded for his people '.
Heschel (1962, vol.1, p. 57). Vergelijk dit met ons 'kennen' en 'een vrouw (man) bekennen1. Idem, p. 59. Idem, p. 57.
Newman (1972, ch. 92, p. 221). Martin Buber nam dit verhaal ook op in zijn Erzählungen (1949, S. 533).
Het niet alleen maar over, maar ook vanuit de leerling (de ander) kunnen spreken werkt Buber ondermeer uit in zijn begrip Umfassung (zie hieronder, noot 29) en Levinas ondermeer in zijn begrip La Substitution (de plaatsvervanging). Zie voor dit laatste de inleiding van Th. de Boer in Levinas (1977) en met name p. 17. " . . . to guess the questions which he did not put" (Buber, 1947, pp. 13f. ), geciteerd in Farber ( 1 967, p. 580).
Nichomachean Ethics, VIII. 8, 158b, 33ff. ; cf. Wheelwright ( 195 1, p. 243). Geciteerd in Heschel (1962, vol.11, p. 92). Heschel (1962, vol.11, p. 92).
'Ich und Du', 'Zwiesprache', 'Die Frage an den Einzelnen' en
'Elemente des Zwischenmenschlichen', verzameld in de band
Das dialogische Prinzip (1962a). Zie ook II. 2. 3, noot 50.
Zie het nawoord bij 'Ich u nd Du', paragraaf 5 (Buber, 1962a, S. 130-
132).
Dialogue between Martin Buber and Carl R. Rogers (April 18, 1957). Opgenomen in Buber (1965). Citaat op p. 169. Buber (1962a, S. 132). Zie ook Buber (1965, pp. 166-184). Simon (1967, pp. 571-572).
TB Sot. 47a (Goldschmidt, 1930-1936). Zie ook Wiesen ( 1892, S. 32). Levinas spreekt over 'le-face-à-face, relation irréductible' (Levinas, 1961, pp. 52-53). Buber (1962b, S. 1114). Levinas (1961, p. 37).
Levinas (1961, p.41). JLevinas polemiseert hier met Henri Bergson