die semikhah hebben (dwz. als rabbijn gekwalificeerd zijn) hier in hun dagelijkse leven nooit gebruik van maken. Vgl. III. 1. 5
Zie bijvoorbeeld M. Avot 3:3,4,7. Denk ook aan de derde maaltijd op Shabbat (se'udah shelishit) bij de chassidiem.
Vgl. III. 1.2, noot 39. In de nummering aldaar is het de tiende manier.
TB Ber. 47b (Goldschmidt, 1930-1936). Vgl. ook TB Sot. 22a. M. Avot 1:7. (David, 1968; zie noten 18,19). Zie ook M. Avot 3:10. Dwz* Gorfinkle (1912). Daarin zegt Maimonides: 'Man is not created with innate moral virtues or vices; they are acquired environmentally' (ch. 4, p. 58). Geciteerd in David (1968, ch. 1, noot 25, p. 126). Commentaar op M. Avot 1:7 (David, 1968, p. 10). De toevoeging wordt gerechtvaardigd door het citaat in noot 18 hierboven. Aberbach (1967, p. 2, noot 14). Aberbach geeft de volgende voordbeelden: M. Demai 11,3; Mishnah BB X,8; TJ Nazir VII, 1,56b; TJ Hag. Ill, 1, 78d; TJ Shab, X, 5. 12c; TB Hul. 54a; TB Er. 13a. Idem, p. 24: 'All indications ((in de literatuur)) point to a relationship of mutual trust and respect between master and student - indeed, of boundless love and devotion which, as we have seen, transcended and surpassed the ncitural bonds of love between father and son'. Drazin (1940, ch. 4, p. 74). De term 'oud-leerling' is paradoxaal: de oud-leerling die de 'hakham' bezoekt, leert nog steeds van hem. Vgl. III. 2. 2, noot 19.
Document (3 januari, 1975, Rome), ondertekend door 'Johannes Card. Willebrands, President of the ((Vatican)) Commission ((for Religious Relations with the Jews)); Pierre-Marie de Contenson O.P., Secretary'. SIDIC, 8 (1975), nr. 1, p. 40. Onderstreping van mij.
De Groot (1971, hoofdstuk 24, pp. 215-216). Deut. 17:19
Silverstein, Luzzatto ( 1966, ch. 25, p. 325). Zie ook III. 1.6, slot. Prov. 1:7. Vgl. Ps. 111:10 : 'Het ontzag voor God is het begin van de wijsheid'.
M. Avot 3:17. Zie ook M. Avot 3:9. TB Ber. 33b. Ps. 34:10.
Silverstein, Luzzatto ( 1966, ch.24, p.32l).