283.
lijk) citeer ik: Krathwohl, Bloom, Masia(l9ïl, Appendix À: pp. 176-185).
In kolom C (voorbeelden van politiek- en rechtfilosofiache 'topvalues')
citeer ik uit hoofdstuk 8: 'Twentieth-Century Attempts To Identify
Highest Values' (pp. 302-262) van Brecht (1970).
Vergelijk dit met het slot van paragraaf 3, 1 over gezag.
Commentaar van M. Maimonides op M. Avot 1:6 (Mai. iomdes, 1968,
pp. 8-9). Zie ook III. 4. 2.
De Groot (1974, par. 2.4.1, p. 26).
Idem (par. 2.4.3, pp. 29-30).
Idem (par. 2.4.3, p, 30).
Vgl. Idem (par. 2.4. 5, p. 34). Het citaat aldaar heb ik iets gewijzigd. COWO 2 (1971) .
COWO 2 (par. 2.1, p. 2 l) en De Groot ( 1 974, par. 2.4. 7, pp. 36-37). De Groot (1974, par. 2. 4. 7, p. 36).
De tweede formulering wordt door De Groot aan de lezer overgelaten. Vgl. De Groot (1974, par. 2. 4. 7, p. 38). De aldaar gegeven definitie noemt een 'vaardigheid' een 'verworven dispositie'. Dan zou een 'te verwerven vaardigheid' (zie de definitie van onderwijsdoelstelling, noot 36) een te verwerven verworven dispositie moeten zijn en dit lijkt me ongerijmd. De door De Groot voorgestelde definitie heb ik daarom iets gewijzigd. Ryle (1975, Ch. 5, par. 1, p. 116).
Woorden van J. A. Comenius (l 592- 1670), geciteerd m Fs (1972, p. 170). Ook Torsten Husen zegt iets dergelijks: 'll.rt inzicht moet groeien, dat het hele leven een permanente schooi is', (Husen, 1977, hfdst. 15, p. 136).
Par. 2.4, noten 8 en 10.
Ryle (1975, Ch. 1, par. 7). Het citaat is afkomstig uit de Nederlandse vertaling van dit boek: Klinkenberg (1971, pp, 47-49) Het woord 'oneindig' in de vertaling heb ik door 'onbeperkt' vei vangen, Roland (1958, pp. 379-388). In de volgende noot parafraseer ik enige door haar gegeven zinnen uit de omgangstaal.
A weet hoe een motor werkt, B weet hoe C zich gisteren gevoeld heeft, D weet hoe het ongeluk gebeurde - E weet dat hij eerlijk moet zijn, F weet dat hij G niet in de rede behoort te vallen, H weet dat stelen slecht is.
Ryle (1957, Ch. 2, par. 3); Klinkenberg ( 1 97 1, p. 36).