259.
4a. Het woord 'permanent' in het begrip 'permanent leren' betekent strikt genomen niet 'voortdurend en ononderbroken1 maar eerder 'steeds '.
4b. De begrippen 'permanent leren' en 'praktische beroepsuitoefening en'kunnen wél, maar hoeven niet samen te hangen. De joodse traditie ontkoppelt beide: permanent leren is hoofdzaak en elke andere vorm van arbeid is bijzaak. De studie van de Torah staat dan ook los van elke concrete opleiding.
5a. Er is kennis die haar waarde behoudt. Dit geldt voor bepaalde traditionele (klassieke) kennis en vermoedelijk ook voor bepaalde hedendaagse (moderne) kennis.
5b. Herhalen is het fundament van het leren, van het proberen om met succes kennis van de Torah te verwerven.
6a. Leren is iets, dat de leerling zelf moet doen, maar waar hij anderen bij nodig heeft. Het is niet uitsluitend een individuele activiteit en ook niet uitsluitend een sociale, maar het is beide. Uitsluitend individueel leren kan gauw krachteloos worden en gemakkelijk tot fouten leiden, die de leerling zelf niet opmerkt en dan ook niet kan corrigeren. Daarom moet de leerling ook collectief, in een groep, leren.
6b. Leerlingen die collectief leren, spelen afwisselend de rol van
leerling en die van leraar en beide rollen kunnen even leerzaam zijn.
6c. Het buitenschools collectief leren leidde (en leidt) veelal tot
het oprichten van allerlei genootschappen ter bevordering van het leren (hevrot, leerhuizen e.d. ), die te vergelijken zijn met gildes of studieverenigingen voor permanente leerlingen.
7a. Torah heeft niet alleen betrekking op leren en onderwijzen,
maar ook op gedrag. Leren behoort in praktisch handelen uit te monden, maar het is naïef om te menen dat goed handelen slechts een kwestie van kennis is.
7b. Leren en kennis is noch een noodzakelijke, noch een voldoende voorwaarde voor goed handelen: een onwetende handelt niet per se slecht en een geleerde niet per se goed.