249.
van God .. .
' . • . sympathy for God, attachment of the whole person, his love as well as his knowledge; an act of involvement, attachment or commitment to God. The biblical man knew of no bifurcation of mind and heart, thought
and emotion. He saw the whole person in a 19
human situation'. Het kennen - door de leraar - van de Torah en van de leerling, is hiermee te vergelijken. Het werkwoord yada betekent dikwijls, hoewel niet altijd,
' ... an act involving concern, inner engagement, dedication, or attachment to a person. It also
means to have sympathy, pity, or affection for
, 20 someone1
en ik ken geen mooiere formulering dan deze voor de relatie tussen leraar en leerling, die te karakteriseren is als een relatie van sympathisch partnerschap. De leraar die van sympathie doordrongen is, spreekt niet alleen maar over de leerling, maar ook vanuit de leerling. Een chassidisch verhaal kan dit toelichten:
'Rabbi Moshe Leib of Sassov declared to his
Disciples: "I learned how we must truly
love our neighbor from a conversation between
two villagers which I overheard.
"The first said: 'Tell me, friend Ivan, do you
love me ? 1
"The second: 'I love you deeply'.
"The first: 'Do you know, my friend, what
gives me pain? 1
"The second: 'How can I, pray, know what gives you pain? 1
"The first: 'If you do not know what gives me
pain, how can you say that you truly love me? 1
"Understand, then, my sons", continued the
Sassover; "to love, truly love, means to know
21
what brings pain to your comrade" De Sympathie van de leraar voor de leerling zorgt ervoor dat de leraar goed naar de leerling weet te luisteren en zelfs de vragen weet