247.
Een leraar die zelf niet meer leert, zal op een gegeven moment niet meer in staat zijn om goed te onderwijzen. Vergeleken met een leerling heeft de leraar er een extra taak bij: evenals de leerling - en als ieder mens - moet hij leren, maar bovendien moet hij onderwijzen. In de joodse traditie is een leraar zowel (zelf) lerende als (anderen) onderwijzende. Geen mens, ook een leraar niet, kan het leerlingenstadium ontgroeien en zich aan de 'leerplicht' onttrekken. Terwijl een leerling af en toe de rol van onderwijzende speelt ^ , speelt de leraar altijd de dubbelrol van zowel lerende als onderwijzende. Als lerenden zijn leerlingen en leraren de belangrijkste cultuurdragers van de joodse gemeenschap en als onderwijzenden de belangrijkste cultuuroverdragers. Noch het 'dragen', noch het 'overdragen' van cultuur is uitsluitend een intellectuele aangelegenheid; het is ook een praktische. Cultuur is niet alleen maar een idee, maar ook een handelen. Cultuur wordt niet alleen maar genoten, maar ook dagelijks gemaakt en vernieuwd. Cultuur is een gebeuren, een voortdurend proces van menselijke sociale activiteiten (daden). De uiteindelijke vruchten van het leren en onderwijzen zijn geen gedachten en uitspraken, maar tastbare veranderingen in de mensen en de wereld.
'Wie leert om te onderwijzen, zal de kracht gegeven worden om te leren én te onderwijzen. Wie leert om in de praktijk te brengen, zal de kracht gegeven worden om te leren, te onderwijzen, ((de 'mitswot')) in acht te nemen en in
12
de praktijk te brengen'. Met deze woorden spoort Rabbi Yishmael leerlingen en leraren aan het leren door te trekken tot het praktische handelen. Een traditie, die niet ook tot praktisch handelen weet te inspireren, is ten dode opgeschreven en gaat vroeg of laat ten onder of sterft af. Leraren die het leren bevorderen, dat tot daden voert, beseffen dit. Door hun arbeid en door de inspanningen van hun leerlingen blijft de traditie levend.
Leerling en leraar zijn partners, zowel in het leren (allebei leren ze) als in het onderwijzen (ze leren van elkaar) als in het doen (allebei proberen ze de schepping en de wereld te onderhouden en te verbeteren ^ ) en dit 'partnership' bepaalt de manier waarop ze met elkaar