241.
maar ook een permanente eis:
'It befits every Saint to exert himself to attain as much of this fear as he can, as Scripture states, "Let His holy ones fear God" 31'. 32 'Jirah' is zo essentieel voor de leerling die gaaf wil worden en tegelijkertijd zo moeilijk te bereiken, dat zelfs koning David verzucht: 'Teach me, O God, Your Ways: I will
walk in Your truth. Unite my heart to 33
fear Your Name'.
Tot zover het ontzag ('jirah1), de permanente openheid van de permanente leerling voor informatieve evaluatie. Het is geen vorm van evaluatie, noch van formele noch van informele, maar de persoonlijke instelling die nodig is om van informatieve evaluatie te kunnen profiteren en eigen tekortkomingen in te zien.
—- De weg die via zelfanalyse tot zelfkennis en zelfontplooiing voert is niet een vergeestelijkt avontuur dat in de concrete werkelijkheid geen waarneembare sporen nalaat, maar is integendeel het leven dat de leerling leeft en wel toegespitst op datgene wat hij doet. Belangrijker dan de intentie is de daad. In de Torah staat de daad centraal. In het leven van de permanente leerling moet dat ook het geval zijn: 'It is in deeds that man becomes aware of what his life really is, of his power to harm and to hurt, to wreck and to ruin; of his ability to derive joy and to bestow it upon others; to relieve and to increase his own and other people's tensions. It is in the employment of his will, not in reflection, that he meets his own self as it is; not as he should like it to be. In his deeds man exposes his immanent as well as his suppressed desires, spelling even that which he cannot apprehend. What he may not dare
to think, he often utters in deeds. The heart
34
is revealed in the deeds'. De evaluatie van het daadgerichte leren is op het resultaat van dit leren, dus op de daad, gericht. Wie evalueert nu het daadgerichte leren van de leerling? Allereerst doet de permanente leerling, die gaaf wil worden, dit zelf: