231.
manente leren' en het doel 'het worden van een gaaf mens'. Aangezien de tweede vraag voor de joodse traditie eenvoudiger te beantwoorden is dan de eerste, beantwoord ik eerst de tweede vraag. Het antwoord op de principiële vraag is 'ja'. 'Leren'.op zichzelf is nooit schadelijk; alleen het wél of juist niet in de praktijk brengen van het geleerde kan schadelijke gevolgen hebben. Hetzelfde geldt voor 'permanent leren' en dus is het middel op zichzelf moreel te rechtvaardigen. Dit geldt ook voor het doel, indien de na te streven 'gaafheid' tenminste geen gedrag inhoudt, dat door de ene mens als gaaf ervaren wordt en door een ander immoreel gevonden wordt. Een gaaf mens is per definitie iemand die zich niet immoreel gedraagt en daarmee is het doel, per definitie, gerechtvaardigd. Het antwoord op de functionele vraag is niet 'ja' zonder meer en ook niet 'nee'.
In de eerste plaats is deze vraag niet relevant voor die leerlingen, die al gaaf zijn en hun doel dus al bereikt hebben, hetgeen overigens niet betekent dat ze met leren op kunnen houden. Gaafheid is iets, waar elke dag aan gewerkt moet worden om het in stand te houden. In de tweede plaats is de vraag onbeduidend voor permanente (onderwijs) leerprocessen, omdat die in het algemeen zo lang, namelijk zo lang als een leerling leeft, duren. Indien de functionele vraag op een individuele leerling betrokken wordt, dan is het antwoord 'ja' als de leerling inderdaad gaver wordt door permanent te leren. De onbeduidendheid van de vraag zit in de onmogelijkheid om de vraag met 'nee' te beantwoorden in het geval van een leerling, die permanent leert. Dit nee-antwoord zou immers altijd te voorbarig zijn, omdat wat nu nog niet of niet meer lukt, namelijk het gaver worden, in de toekomst wel (weer) kan lukken. Alleen als de permanente leerling ophoudt met leren, dus na zijn dood, is het nee-antwoord eventueel te geven. De leerling die het betreft, kan dan echter van het antwoord niets meer leren.
Hoewel de functionele vraag in veel PL-situaties irrelevant of onbeduidend is, is hij wel te beantwoorden. Het antwoord is noch 'ja', noch 'nee', maar 'soms'. Sommige permanente leerlingen bereiken hun doel of benaderen het steeds meer en andere niet. Tot zover de antwoorden op de twee evaluatie-vragen, waarbij 'permanent leren' het middel is en 'een gaaf mens worden' het doel.