162.
Het vereist van de individuele leerling een extra inspanning om het geleerde goed toe te passen, niet alleen op een bepaald ogenblik tijdens het (onderwijs-) leerproces, maar ook in het verdere leven erna.
We hebben hier te maken met een paradox: de leerling leert om te leven en tijdens het leerproces stuit hij op de kloof die er tussen de leer en het leven is.
De kloof tussen de leer en het leven.
Een mens kan zich aan alle (halakhische) gedragsregels houden -
hetgeen betekent dat hij zeer ontwikkeld is - en zich toch als een
schurk gedragen. Kennis is geen garantie voor goed gedrag:
'It is not impossible for a man to be learned in the
Torah and act the scoundrel. The Rabbi's are
aware of "the learned who study Bible and Mishnah"
107
and who are not honest in their business dealings;
108
of the learned who quarrel with one another; and
of the hate engendered by scholastic jealousy, even
those who know Mishnah hating sometimes those 109
knowing Talmud . In fine, the Rabbi's realize that there are "Men who come to Bible and Mishnah
and are sullied with ugly ways and unseemly things",
. f . 110 , 111 a euphemism for sins . '
Het omgekeerde kan ook het geval zijn. Men kan zich maatschappelijk onderscheiden zonder veel geleerd te hebben en zonder de Torah te kennen:
'The Rabbi's know of the ignorant "in whom there are Derek Erez ((sociaal gedrag)) and the rest of the mizwot ((gedragsregels)), who keep themselves far
112
from transgression and from every unsightly thing" ; and ignorant men with these qualities they designate as upright. A man may know neither Bible nor Mishnah, and be able to pray only the main prayers, and yet guard himself from sin1*^. ' Leren en kennis is noch een noodzakelijke, noch een voldoende voorwaarde voor goed handelen: een onwetende handelt niet per se slecht en een geleerde niet per se goed. Er is een kloof tussen theorie en praktijk, tussen de leer en het leven. Hoe is die te overbruggen?