150.
also a man with a wife and children to support,
are under the obligation to set aside a definite
period during the day and at night for the study
of the Torah, as it is said, "But thou shalt
42
meditate therein day and night".
Among the greatest sages of Israel, some were
hewers of wood, some, drawers of water, while
others were blind. Nevertheless, they devoted
themselves by day and by night to the study of the
Torah. They are included among the transmitters
of the tradition in the direct line from Moses.
Until what period in life ought one to study
Torah? Until the day of one's death, as it is
said, "And lest they ((de gedragsregels^) depart
from thy heart all the days of thy life". Whenever
44
one ceases to study, one forgets. ' Het leren begint al in de wieg en eigenlijk al voor de geboorte (vgl. paragraaf II. 2. 1).
De kennis van de Torah is niet erfelijk - Mozes werd niet door zijn 45
zonen opgevolgd. Door eigen inzet zal de leerling zich die kennis
eigen moeten maken:
'Stel je erop in de Torah te leren, want je erft 46
haar niet ((vanzelf)). ' Hoewel de kennis van de Torah niet overerfelijk is, is de Torah zelf een erfgoed en wel van het hele joodse volk:
'De Torah ... is een erfgoed voor de gemeenschap vanJacob((d. i. het joodse volk))'.47 Elke jood heeft het onvervreemdbare recht de Torah te mogen bestuderen (en ook vrouwen zal dit recht niet onthouden kunnen worden, hoewel men wel eens gemeend heeft dit wel te kunnen doen; vgl. paragraaf III. 1.1, Excursie l) en de verplichting om te leren vooronderstelt het recht op kennisverwerving.
De aan het begin van deze paragraaf genoemde acht en veertig wegen die tot de kennis van de Torah kunnen leiden, zal ik niet allemaal uitwerken. Ik beperk me tot vijf principes, die in de joodse traditie een zeer belangrijke rol spelen en die naar ik meen ook voor PL. in