schreven dan het zoeken naär de waarheid en wel het najagen van de vrede. Zelfs van een geleerde wordt verwacht dat hij de vrede boven de waarheid stelt:
98
'He ((a scholar)) loves peace and ensures it. (...). He will not deviate from the truth; neither add to it nor detract from it, except
99
in the interest of peace or similar worthy aims'. Het duidelijkste voorbeeld van het stellen van de vrede boven de waarheid, geeft God zelf. Toen Abraham en Sara al zeer oud waren en hoorden dat ze nog een kind zouden krijgen, geloofde Sara dit niet en ondermeer merkte ze op dat zowel zij als Abraham daar te oud voor waren:
'Toen lachte Sara in haarzelf, zeggende: nadat ik
afgeleefd ben, zoude ik nog wellust hebben, ter-
...... , . , 100
wijl mijn heer oud is .
God vraagt daarop aan Abraham waarom Sara lacht en waarom ze
zegt:
'Zoude ik dan ook waarlijk baren, terwijl ik oud ben'. ^^
Dit nu heeft Sara niet gezegd, maar terwille van de vrede verandert God haar woorden. ^^
Blijkbaar zijn het zoeken naar de waarheid en het najagen van de vrede niet altijd te combineren en als er tussen beide gekozen moet worden, kiest de Torah voor de vrede. Het zoeken naar waarheid, de geestelijke vrijheid, heeft een grens, die overschreden wordt zodra de vrede in gevaar komt.
Het stellen van de vrede boven de waarheid betekent niet, dat in het onderwijsleerproces leerling en leraar niet van mening mogen verschillen. Integendeel, juist door het heftig verdedigen van het ene standpunt en het scherp kritiseren van het andere standpunt leren leerling en leraar het meest:
'Selbst Vater und Sohn, Lehrer und Schüler werden Feinde, wenn sie sich mit der Tora am Tore befassen ((d.h. Einander in der Gesetzeskunde bekämpfen)), doch weichen sie nicht von da, bis
sie Freunde werden, denn es heisst: "Vaheb
104
((Freundschaft)) in Supha", und man lese nicht