129.
'En de Eeuwige God gebood de mens zeggende:
van alle bomen van de hof moogt gij eten,
maar van de boom van de kennis van goed en
kwaad zult gij niet eten'.
De mens is het enige schepsel dat geboden wordt iets niet te doen,
wat hij wél kân doen en wat hij later ook doet. Alleen de mens wordt
iets 'geboden' omdat geen ander schepsel de vrijheid heeft om te kie-
52
zen tussen wél of niet doen. Alleen de mens heeft de vrijheid om te kiezen:
'Zie, ik leg u heden zegen en vloek voor: De zegen,
wanneer gij luisteren zult naar de geboden van de
Eeuwige, uw God, die ik u heden gebied; en de
53
vloek, indien gij niet zult luisteren . . . ' '. . . het leven en de dood heb ik u voorgelegd, de zegen en de vloek; gij nu zult kiezen het leven . . .
De mens moet zijn vrijheid leren uitoefenen, hij moet leren te kiezen
en hij kan dit leren door de Torah te bestuderen:
' "And the tables were the work of God, and the
writing was the writing of God, graven upon
the tables" (Ex. 32:16) : read not "graven (harut)"
but "freedom (herut)", for whosoever studies 55
Torah is a free man'. Het behoort ook tot de menselijke vrijheid dat de mens zijn vrijheid kan misbruiken en misschien is het voor hem wel een te zware opgave dit misbruik tegen te gaan. De rabbijnen vroegen zich zelfs af of het niet beter ware geweest als God zich een andere partner gekozen had en de mens niet geschapen had:
'Our Rabbis taught: For two and a half years the School of Shammai and the School of Hillel engaged in debate, the former declaring that it had been better for man not to have been created than to have been created, and the latter maintaining that it was better for man that he was created rather than not created. They decided, upon voting, that it had been better for man not to have been created, but now that he has been created, let him examine