de en gemartelde, gesymboliseerd. Die toespraak was tevens het woord van afscheid van Nederland tot zijn Joodse burgers, een niet gewild, maar door de verhoudingen zelve onvermijdelijk, noodzakelijk geworden afscheid. Drie honderd en vijftig jaar geleden had het, in de dagen van zijn heroïsche worstelstrijd tegen Spanje, de uit dat land voor de dreigende folterdood vluchtende Joden de reddende hand toegestoken. Thans brengt het in de moeilijkste uren van zijn eigen bestaan de voor dezelfde dreiging wederom vluchtende kinderen van dat oude volk tot aan de voet van het hooggebergte aan Spanje’s grens, opdat deze vandaar — de kringloop van de geschiedenis was doorlopen — eindelijk de grond van Palestina, het beloofde land van hun verleden en toekomst, zullen kunnen betreden.
Het laatste bedrijf van do geschiedenis der Joden in Nederland was geëindigd.
, Der Vorhang fallt.
Das Stück ist aus!”
(Heine)
115