De economische positie van Israël is wankel op het ogenblik. Een Joods gezegde luidt: 'Waar geen brood is, is geen Thora (geen leer)’. De bevolking van Israël wordt geconfronteerd met zoveel dagelijkse moeilijkheden, dat zij stellig te weinig aandacht besteedt aan dat wat de Joodse en niet-Joodse wereld buiten Israël zo zeer bezighoudt. ’Wat is de zin van de terugkeer?’ Maar Israël zal zijn moeilijkheden te boven komen. Door eigen inspanning, door een nog harder bestaan dan de bevolking op het ogenblik al heeft en door de hulp uit het buitenland.
De opvoeding gaat door. Het onderwijs, de herleefde belangstelling in de Bijbel zullen vrucht dragen.
Een nieuwe generatie — opgroeiend in voor een Jood ongekende omstandigheden, zal oude waarden en nieuwe zin vergelijken. Zij zal zich bezinnen, moeten bezinnen op dat wat de geschiedenis van het Joodse volk bepaald heeft.
89