stone Park en soortgelijke gebieden in de Vereenigde Staten: één groot en ongerept gebied, waar de flora en fauna van de heide en het woud tot vrije en volledige ontwikkeling hadden kunnen komen, ongehinderd door ontginning en landhuis-bouw, waar de mensch, begeerig naar schoonheid, verlangend naar de rust en de heerlijkheid der Natuur, bescheiden en eerbiedig tot haar had kunnen gaan.
Zeker, er is ook thans daartoe nog gelegenheid. Daar zijn, behalve de bosschen, zooeven genoemd, nog groote heidevelden; daar zijn nog bosschen bij Nunspeet en Vierhouten en Ermelo in het Noorden en langs den Veluwerand in het Oosten en Zuiden; daar zijn nog de heuvelen bij Rheden en de bosschen van Roosendaal tot Dieren. Maar wie zal zeggen, hoe lang dit alles er nog zal wezen? De ontginning van heide tot schrale zandige akkertjes gaat gestadig voort en bij die akkertjes „verrijzen” her en der de bijna zonder uitzondering leelijke huisjes der keuterboertjes. Plannen waren er en zijn er om het straatvuil der steden te brengen naar de heide, die aldus op groote schaal zou worden ontgonnen. Het bouwen van groote en kleine landhuizen en van burgerwoningen neemt geen einde en de hatelijke „lintbebouwing” wordt zelfs op afgelegen plekken in practijk gebracht. Er is bijna geen mooi plekje meer in het land, waar niet de borden met het opschrift „bouwterrein te koop” grijnzen en dreigen. Men heeft niet lang geleden, helaas, een weg gemaakt over den Holterberg, in Overijsel, een prachtig begroeiden, schoon uitzicht biedenden heuvel — en onmiddellijk verschenen de verdoemde borden, die het begin zijn der vernietiging, den dood der schoonheid aankondigen.
De overheid doet zoo goed als niets tot bezwering van het gevaar. Er zijn gemeentebesturen, groot is hun aantal echter niet, die voor het behoud van natuurschoon binnen, een enkele maal zelfs buiten de grenzen der gemeente, offers brengen. Doch de meeste bekommeren zich daarom niet en zijn er slechts op bedacht, belastingbetalers aan te trekken. Sommige provinciale besturen pogen door middel van (lang niet altijd in voldoende mate nageleefde en gehandhaafde) verordeningen, ontsiering van het landschap door reclameborden tegen te gaan en houden ook wel een enkele maal een natuurmonu-mentje in stand. De Staat doet ook wel iets, doch veel te weinig. Een bouwverbod op de terreinen langs de rijkswegen, ten einde aldus de vermaledijde „lintbebouwing” tegen te gaan, blijft uit; een bestaande wet, die zulk een verbod nu
69