Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



het zal in de komende jaren hoe langer hoe sterker optreden. Aldus zullen op den (niet eens zeer langen) duur degenen, die buiten de steden gaan wonen, omdat zij in de natuur willen leven, en zij die er in hunne motor-rij tuigen op uit trekken om de schoonheid te zoeken, natuur noch schoonheid meer vinden, omdat zij zelf haar verdreven hebben.

Wat zal het nageslacht van ons zeggen, indien wij deze vernietiging van het beste, dat het leven heeft aan te bieden, laten voortgaan? Indien wij dan leefden en ter verantwoording werden geroepen, wat zouden wij tot onze rechtvaardiging, of zelfs maar verontschuldiging kunnen aanvoeren? Wat zouden wij kunnen antwoorden, als men ons vroeg: Wat hebt gij met het erfdeel Gods gedaan? Want eenmaal zal er een generatie opstaan, die de aangerichte verwoestingen gadeslaan en vragen als deze stellen zal — tenzij wij alsnog tot inkeer komen en een einde maken aan de immer sneller om zich heen grijpende vernietiging van de schoonheid, die natuur en vroegere geslachten geschapen hebben.

Zeker, men begint zich bewust te worden van het onheil, dat men bezig is aan te richten. De in deze bladzijden reeds genoemde Vereenigingen „tot Behoud van Natuurmonumenten”, „tot Bescherming van Vogels”, „Hendrick de Keyser”, „De Hollandsche Molen”, „de Bond Heemschut”, tal van gewestelijke en plaatselijke vereenigingen van dezen aard, doen wat zij vermogen — en dit is niet onaanzienlijk — om het kwaad te keeren, te redden wat zij kunnen redden. De pers houdt zich met deze dingen bezig en doet prijzenswaardige pogingen om het kwaad, dat zij trouw signaleert, te bestrijden. De Staat geeft kleine bijdragen in de kosten van het behoud van sommige natuurmonumenten en doet welgemeende, doch ontoereikende pogingen om zulke door vermindering van belastingdruk voor verdwijnen te behoeden. Rijk, provinciale en gemeentebesturen koopen nu en dan een bosch of een landgoed, met het doel het als zoodanig in stand te houden. In ettelijke steden en in enkele dorpen waken schoonheidscommissies tegen ontsiering van het stads- of dorpsbeeld door leelijke bouwsels of reclame-rommel. Elders streven adviescommissies naar gelijk doel. Maar hoe lofwaardig dit alles ook moge wezen en wat er ook mede bereikt moge worden, het heeft slechts geringe beteekenis tegenover den omvang der verwoestingen van allerlei aard, die onafgebroken voortgaan. Er moet krachtdadig, er moet dwingend kunnen worden opgetreden tegen alles, dat het kostelijkste bezit des volks bedreigt.

203

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.