Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



boedel achterlaten, hoe zullen onze kinderen, die een zoo jammerlijke erfenis krijgen te aanvaarden, dan over ons denken? Zullen zij ons niet verwenschen wegens ons zorgelooze en slechte beheer van het familie-bezit, dat hen arm en berooid heeft doen worden? Zullen zij niet schamper lachen om het enkele stukje tuin, het eenige oude stulpje, dat uit het eenmaal zoo rijke bezit onbezwaard is overgebleven?

Zij, die in egoïstisch-laffe berusting zeggen: „het zal onzen tijd wel duren”, mogen dit wel overwegen en zich afvragen, of het denkbeeld, zóó door het nageslacht gevonnist te zullen worden, wel aanlokkelijk, of het niet veeleer een schrikbeeld is. De anderen, die in berustende wanhoop zeggen: „het is niet tegen te houden; er is toch niets aan te doen” — dezulken behooren zich zelf eens af te vragen, wat er van de mensch-heid zou zijn geworden, indien de geest, die hunne woorden beheerscht, algemeen toegepaste levensleer zou zijn geweest. De wereld is vooruitgekomen. Wetenschap, kunst, beschaving, recht, vrijheid, al hetgeen het menschengeslacht aan kostelijks, aan geestelijke goederen, doch ook aan stoffelijke rijkdommen bezit, dankt het aan de energie, aan de volhardende werkzaamheid, aan de dapperheid, de onversaagdheid van tal-loozen, grooten en kleinen, die nimmer weeklaagden, nooit berustten, nooit de hoop en den moed verloren, nimmer de handen legden in den schoot, noch kleinmoedig jammerden: „er is toch niets aan te doen”.

Er is, ten opzichte van hetgeen hier wordt behandeld, ook geen reden tot wanhopige gelatenheid. Want degenen, die ten deze Coens „dispereert niet” ter harte namen, hebben niet alleen veel gered, dat tot ondergang veroordeeld scheen, maar zij hebben ook bij hunne medeburgers en bij de Overheid zoo veel belangstelling weten gaande te maken, zoo veel medewerking weten te verkrijgen, dat er toch wel een begin is gemaakt met de beteugeling van hetgeen er knaagt aan het landschaps-, stads- en dorpsschoon. De kruistocht tegen de vernieling van het land is niet vruchteloos gebleven. Hetgeen tot nog toe werd bereikt, is niet zoo veel als de vrienden van schoonheid en natuur wenschen en verlangen, maar het is toch evenmin onbeteekenend. Er is veel gered van ondergang en voor altijd beveiligd. Van overheidswege zijn allerlei bepalingen in het leven geroepen, die, mits zij naar behooren toegepast en geleidelijk uitgebreid worden, niet zonder gunstige uitwerking zullen blijven; en andere worden voorbereid. Alles zal veel vlotter en vlugger gaan, grootere resultaten zullen wor-

Het kleine I«nd 12


177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.