Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



zettende, immer toenemende snelheid verrichten deze krachten haar werk. Binnen weinige jaren, binnen enkele maanden soms, berooven zij geheele streken van al hetgeen ze aantrekkelijk maakte, zóó, dat zij onherkenbaar worden, ondergaan in grove banaliteit, ontbloot van zelfs elke herinnering aan hetgeen eenmaal is geweest. Wat het land op deze wijze in een betrekkelijk kort tijdsverloop, men zou kunnen zeggen: na den wereldoorlog, dus in weinig meer dan twintig jaren, voor altijd verloren heeft, of liever: waarvan het is beroofd geworden, is niet te vatten, veel minder te omschrijven. Het einde der verwoesting is geenszins gekomen, noch aanstaande. De ontwijding, de schennis, de destructie, zij gaan onafgebroken voort, zelfs in sneller wordend tempo.

Zal het onzen tijd wel duren?

En indien het onzen tijd duurt, kunnen wij ons dan verantwoord achten tegenover het nageslacht?

Eenmaal zal het geslacht, dat thans leeft, van den aardbodem verdwenen zijn en andere generaties zullen hem, dus ook ons land bewonen. Zij zullen moeten liggen in het bed, dat wij hun spreiden; want van hetgeen wij aanrichten, is veel onherroepelijk onherstelbaar, of slechts na zeer vele jaren en niet dan met de uiterste inspanning weder in behoorlijken toestand te brengen. Hoe zal het Nederland, dat wij onzen kinderen en kindskinderen zullen nalaten, er uit zien?

Indien het te verwachten ware, dat er weldra aan de bewoonbaarheid van den aardbol een einde zou komen, dan zou er reden zijn, om deze vraag niet te stellen, althans zich niet veel moeite te geven met hare beantwoording. Doch naar alle waarschijnlijkheid zal de aardkloot het nog wel eenige hon-derdduizendtallen jaren uithouden en dus reeksen van men-schengeslachten dragen op zijn oppervlak. Hoe zal het dan, het zij herhaald, zich vertoonen — althans het kleine gedeelte daarvan, dat Nederland heet en ons uit den aard der zaak het naast aan het hart ligt? Zal het een land zijn vol monsterlijk uitgegroeide steden en wanstaltige dorpen, overdekt met grauwe asfaltbanen en netten en opeenhoopingen van metaaldraden, en voor het overige bestaande uit aardappelen-akkers en genormaliseerde wateren, dus zonder heiden en bosschen en plassen en beken en duinen, zonder bevallige streken, zonder in het wild levende planten, dieren en vogels? Zal alles droog gemaakt, alles ontgonnen wezen? Zullen van het rijke vogelheir slechts de musschen gebleven zijn? Zullen de eenige planten die zijn der cultuur, de nuttige, de eenige boom de

17&

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.