Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



doosje, doch die eerbiedig de natuur naderen, hare geheimenissen zoeken, om er bewonderend zich in te verdiepen, hare schepselen, plant en boom en vogel en dier en visch en insect, gesteenten en aardformaties eveneens, van nabij te beschouwen en te leeren kennen, tot verrijking van kennis en verheffing van den geest.

Maar allen, die nu, dank zij rijwiel en motor, spoor- en tramweg, zeil- en andere vaartuigen, de aantrekkelijkheid des lands grondig of oppervlakkig hebben ontdekt — hoe staan zij tegenover het groote vraagstuk van de schoonheid?

Zij hebben haar gezien, zij keeren telkenmale tot haar terug, zij zoeken haar, omdat zij haar niet willen en niet kunnen ontberen. Doch zij hebben óók gezien, hoe deze schoonheid voortdurend en schrikbarend wordt aangetast. Bij hunne bezoeken aan deze of gene streek, zien zij, moeten zij zien, zij kunnen niet anders dan het zien, hoe bosch en beemd en plas geleden hebben sedert zij zich daar het laatst bevonden. Het kan hun niet ontgaan, en het ontgaat hun ook niet, dat hier een bosch gerooid, ginds een buitenplaats verkaveld, elders een plas droog gemaakt, daar een mooie weg door lintbebouwing bedorven werd, dat in deze stad mooie oude huizen geschonden of afgebroken, in de andere grachten gedempt, in een derde intieme smalle straten verbreed en in troostelooze leegten veranderd werden.

Niet allen zullen zich van deze dingen rekenschap geven. Doch de meesten zullen het toch wel met bezorgdheid gadegeslagen en er wel eens over nagedacht hebben, als zij van een tochtje naar, of verblijf in een schoone streek teruggekeerd waren en het aanschouwde in hun geest nog eens aan zich voorbij lieten gaan. Wellicht zijn er onder dezulken, wier overpeinzingen uitloopen op het berustend-fatalistische: „het zal mijn tijd wel duren.” Anderen zullen allicht komen tot de wanhopige slotsom: „het is niet tegen te houden; er is toch niets aan te doen.” De eerste dezer beide conclusies getuigt van egoïsme en lafheid; de tweede van een geestesgesteldheid, die, indien zij algemeen zou worden, zou leiden tot een nationale ramp.

Er is alle reden, om de vraag te stellen, of het inderdaad „onzen tijd wel duren zal”, of wij binnen den levensduur van één geslacht nog wel een noemenswaardig gedeelte van hetgeen de schoonheid des lands uitmaakt zullen behouden, indien niet energiek wordt opgetreden tegen de heillooze krachten, die ondergang en dood brengen aan de schoonheid, ons door natuur en voorgeslacht geschonken. Want met ont-

174

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.