Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



geen gestorven geliefden bloedverwant laten balsemen en in dezen toestand plaatsen op den stoel, dien hij bij zijn leven placht te bezetten.

Nu zijn in ons land oude gebouwen, die in zóó desolaten toestand verkeeren, dat normaal herstel niet mogelijk is, gelukkig zeldzame uitzonderingen; en wat het restaureeren aangaat, wordt er met veel beleid te werk gegaan. De bevoegde autoriteiten verzamelen zorgvuldig bij afbraken vrijkomende oude baksteenen en andere materialen uit verschillende tijdperken, die dan aangewend kunnen worden bij het restaureeren van gebouwen uit de zelfde perioden, zoodat het aanzien van het herstelde antieke bouwwerk niet, althans niet noemenswaardig wordt geschaad. Bovendien — en dit is nog belangrijker — passen architecten, die zich in het bijzonder toeleggen op het restaureeren van oude gebouwen, niet langer de methode toe van het vervangen van niet te redden gedeelten door imitaties daarvan, doch remplaceeren ze door nieuwe stukken, die zich bij het oude gedeelte aansluiten, zóó dat een harmonisch geheel wordt verkregen. Op deze wijze gaat o. a. de Vereeniging „Hendrick de Keyser” te werk ten opzichte van de oude huizen, die zij aankoopt en aldus voor ondergang behoedt. Ook bij restauratie-werken, die onder toezicht van de Rijks-Monumenten-Commissie worden uitgevoerd, wordt dit beginsel getrouwelijk toegepast en aldus is het, dat aller-wege in den lande herstelde antieke gebouwen worden aangetroffen, aan welke niets is dat storend werkt, die derhalve hunne waarde hebben behouden en gebleven zijn elementen van groote waarde voor de schoonheid dezer gewesten.

Opmerkelijk en verheugend is een derde bemoeiing van gemeentelijke overheden tot verhooging van de schoonheid des lands, bestaande in den aanleg van bosschen of boschparken nabij de stadsgrenzen.

Sommige steden verheugen zich sinds vaak onheugelijke tijden in het bezit van zulke bosschen of boschachtige parken, ’s Gravenhage, Alkmaar, Haarlem, Amersfoort, Assen, Groningen, Arnhem hebben het voorrecht zulke te bezitten. Andere steden, als Nijmegen, Breda, Utrecht, Zutphen, Maastricht, liggen in of zeer nabij woudstreken en hebben dus geen behoefte aan eigen parken van grooten omvang. Maar Amsterdam, Rotterdam, Leiden, Dordrecht, Leeuwarden, liggen in het polderland; wouden bevinden zich in hare nabijheid niet. Weliswaar hebben zij alle wel parken en plantsoenen, doch

153

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.