Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



zaam verandert in sombere aardappelveldjes, in een trooste-looze vlakte, in een apotheose van opperste leelijkheid. Waarom zou het daarheen moeten gaan? Welke beweegredenen drijven tot het stichten van zulk onheil? Ach, hier is het een bouwondernemer, die geld hoopt te verdienen aan den bouw van een sluis en andere „kunstwerken”, noodig om de vuilstorting mogelijk te maken en die eenige mannen met klinkende namen weet diets te maken, dat zij, door zijne plannen te steunen, het vaderland een grooten dienst bewijzen. Elders zijn het leden van plaatselijke besturen, die, met het oog op (altijd zeer tijdelijke en het euvel der werkloosheid onaangetast latende) werkverschaffing, of „werkverruiming”, of omdat zij het scheppen van gelegenheid tot het verbouwen van bieten en knollen beschouwen als de grootste weldaad, die der menschheid kan bewezen worden, of omdat vuilverbranding naar hunne opvatting te veel geld kost, hun booze oog op meren en plassen slaan. Deze menschen noemen zich zelf „practisch”. Zij zien met spottende geringschatting neer op de „schoonheids-maniakken”, op de verdwaasde „heemschutters”, die de zonderlinge meening zijn toegedaan, dat er nog iets anders is en moet zijn dan het materialistische; dat de natuur, dat dieren en planten ook recht op het leven hebben; dat de menschheid niet kan leven zonder schoonheid, zonder gelegenheid tot edele ontspanning in weidsche ruimten, op en in het frissche water, in onbedorven, gezondheid brengende lucht. Vele dezer practische menschen hebben ongetwijfeld de beste bedoelingen ten opzichte der gemeenschap. Doch zij lijden aan sterke eenzijdigheid. Zij verkeeren in de dwaling, dat de mensch geen andere dan stoffelijke behoeften heeft en dat haar te bevredigen het voornaamste doel van ieders leven is. Dat in de materieele nooden moet worden voorzien en dat desbetreffende bemoeiingen waardeering verdienen, niemand zal het betwisten. Maar niet minder gewichtig zijn andere behoeften, als daar zijn: geestelijke en verstandelijke ontwikkeling, kunstgenot, reinheid, lichaamsoefening, verkeer met de natuur en hare werken. In deze te voorzien is niet minder gewichtig dan het bevredigen van zuiver stoffelijke behoeften. Er kan echter niet in voorzien worden, indien alles aan het materieele ondergeschikt gemaakt en ten offer gebracht wordt. Vandaar is het, dat zij, die voorziening in alle behoeften beoogen, met alle kracht, over welke zij beschikken, natuur en schoonheid, en dus niet in de laatste plaats onze plassen en wateren, beschermen.

Het kleine land 9


129

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.