bleven niet uit. Hier en daar staan reeds, zoowel geïsoleerd als in groepjes, de groote en kleine landhuizen, met welke de Nederlanders hoe langer hoe ijveriger de schoonste streken en plekken bestoken. Hier en daar staat boven op een heuvel een uitzichttoren, want het is dringend noodzakelijk, dat de kijk-lustigen eenige meters boven den heuveltop kunnen stijgen, ten einde nóg iets verder te zien, dan anders mogelijk zou zijn geweest. Attracties moeten er zijn. Vandaar dat ook café-tuinen, voorzien van schommels, wippen en andere werktuigen ten dienste van natuur-minnende „Ausflügler”, niet ontbreken.
De Holterberg was tot vóór korten tijd slechts toegankelijk voor den wandelaar. Er was dus nog isolement, uit hetwelk de heuvel noodzakelijkerwijze verlost moest worden. Dit is dan ook geschied. Er werd een rijweg over den berg, door de bosschen, die hem bedekken, gemaakt. Een vrij ruwe weg nog, maar berijdbaar. En onmiddellijk werden de heilzame gevolgen van de verlossing uit het isolement zichtbaar: op vele plaatsen langs den nog primitieven weg staan reeds de vriendelijke borden met het verlokkende opschrift: bouwterrein te koop. Dit zal vermoedelijk wel het gewenschte gevolg hebben, in den vorm van de gebruikelijke landhuizen en optrekjes. Het aldus ontredderen van de schoonheid eener geheele streek schijnt de gemeentebesturen onberoerd te laten. Zij beschouwen dit blijkbaar als de natuurlijkste zaak ter wereld. Hoe meer landhuizen, hoe meer belasting en hooger doel dan de belasting-inning bestaat er immers voor de gemeentelijke overheid niet.
Van Emmen tot Groningen strekt zich een bijna veertig kilometer lange heuvelenreeks uit, de Hondsrug. Bijzonder hoog is het hier nergens; boven ongeveer 30 meter komt het niet. Maar deze scheiding tusschen de Drentsche heide en de Drentsch-Groningsche veenstreek heeft een bijzonder aantrekkelijk karakter. De vriendelijke dorpjes, die hun oude voorkomen nog vrijwel behouden hebben, liggen er stil en bescheiden in het golvende landschap. Eerbiedwaardige hoeven treft men er aan en de nog vrij talrijke plaggenhutten en schaapskooien herinneren aan het verleden van deze voorheen weinig bekende streek. Annen, Anloo, Gieten en andere plaatsjes bezitten een aandoenlijk-nederige schoonheid en bijzonder mooi is het lieve Zuid-Laren met zijn prachtig meer, terwijl hetgeen er nog over is van de Harensche Wildernis doet zien, hoe waarschijnlijk eenmaal het geheele gebied van den Honds-
102