Het kleine land en zijn groote schoonheid

Titel
Het kleine land en zijn groote schoonheid

Jaar
1941

Druk
1941

Overig
1ed 1941

Pagina's
292



beslag en is hier veel belangrijker dan in hef Zuiden van de zuidelijkste provincie onzes lands. Het oude hertogdom kent ook niet een zoo groot aantal belangrijke landgoederen als de zuidelijke Veluwezoom en de niet vei verwijderde Stichtsche heuvelenreeks, van Brummen tot Wageningen en van Bhenen tot Amersfoort, bezitten. De weinig talrijke dorpen op de Veluwe zelf gelijken in geen enkel opzicht op de Limburgsche en die langs den rand, waar de groote rivier stroomt aan der heuvelen voet, zeer zeker niet, want zij hebben hun oude karakter geheel verloren en zijn thans weinig anders dan verzamelingen en aaneenschakelingen van landhuizen en villa’s. En dan de wegen. In Zuid-Limburg bekoorlijke, kronkelende, sterk stijgende en dalende, vrij smalle landwegen, van de akkers gescheiden door bloeiende hagen — hier breede, statige lanen, beschaduwd door eeuwen-oude beuken en eiken, „machtige, matelooze gevaarten”, zooals men buiten deze streek zelden aantreft.

Weergaloos is het Veluwsche heuvelland met zijn aangrijpend grootsche heiden, zijn uitgestrekte wouden, zijn stille oude dorpen en zijn verspreide hoeven. Heerlijke vergezichten vindt men hier, als dat van den Posberg en nabijgelegen hoogten in de buurt van Rheden, over het lage land op den rechteroever van den IJsel, of dat van den signaalheuvel Imbosch, van den Keienberg en den Zijpenberg over de Beekhuizensche en daarbij aansluitende bosschen, of dat van het Sol, bij Gar-deren, over de heide en de bosschen van het Koninklijk Domein, en die van den Staat bij Putten. Hoe verrukkelijk is het in die bosschen zelf, in die van Hagenau, in de Onzalige Bosschen, die een tegenstelling vormen met hun naam, in die van Leuvenum, van Ugchelen, van Roosendaal, bij Nunspeet, van Laag- en van Höog-Soeren (die, ondanks hunne naam-verwantschap, geenszins vlak bij elkander liggen), van Het Loo, van Putten, Speulde, Spriel en Drie. Loofhout en naaldhout bedekt hier, in gestadige afwisseling, den meestal zeer geaccidenteerden bodem en aldus zijn alom de verrukkelijkste boschgezichten ontstaan; de dolende mensch kan zich hier in gedachten verplaatst wanen in het oerwoud, dat eertijds groote gedeelten van ons land heeft bedekt. Plekken als het Solsche Gat, bij Drie, geven deze illusie volkomen, doch bijna overal in dit gebied is er gelegenheid te over, om zich te verliezen in het diepst van het woud en den indruk te ondergaan van te zijn in den natuurstaat, buiten het gekunstelde van het moderne, van het natuurlijke zoo ver verwijderde leven.

99

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.