prachtige streek. De wegen zijn niet breed, bochtig en, zooals reeds werd gezegd, zeer geaccidenteerd, zoodat het verkeer er gelukkig slechts matig is, en men de zeer afwisselende natuur-tafereelen, de primitieve dorpen, de pittoreske hoeven en huisjes rustig kan aanschouwen en genieten. De flanken der heuvelen dragen voor een aanzienlijk deel dichte bosschen, doch zijn overigens aan den landbouw gewijd. Prachtig is de aanblik in de echte zomermaanden, als de hellingen het gouden koren dragen, de donkere wouden een treffende afsluiting vormen en alles ligt te gloeien in de laaiende zon. In de dalen, waar de meeste, doch niet alle dorpen liggen, stroomen snel en krachtig de kristal-heldere beken. Hier is het paradijs der botanici. Geen enkel deel van ons land bezit een zoo rijken plantengroei als Zuid-Limburg. Niet weinig talrijk zijn de planten, die slechts in deze streek, en nergens elders in ons land worden gevonden. Doch ook de „gewone” bloemen vindt men hier in overvloed. Langs de graanakkers staan massa’s roode klaprozen en blauwe korenbloemen, zooals men in het midden des lands het zelden meer aanschouwt; en ook de bolderik ontbreekt niet en de beide hederikken zijn er talrijker dan waarschijnlijk den boer lief is.
Geheel Zuid-Limburg is nog een lustoord — nog, want ook hier zijn natuur en schoonheid niet onbedreigd; neen, in niet weinige gevallen is het niet bij dreigen gebleven, doch is de voltrekking van den ondergang in volle werking. Het ergste en erger lijkste van deze gevallen is de vernietiging van den St. Pietersberg. Eenige kilometers ten zuiden van Maastricht ligt deze heuvel van ruim 120 meter hoogte, een prachtig natuurmonument, heerlijk begroeid, prachtige uitzichten biedend over de vallei van de Maas en het heuvelland, waarvan hij deel uitmaakt; de bouwvallen van het kasteel Lichtenberg sieren het bergje, welks massief de beroemde grotten verbergt. Dit alles wordt hier (taalkundig) geschreven in den tegenwoordigen tijd. Weldra zal men er echter slechts in den volmaakt verleden tijd van kunnen gewagen. Want zoowel de gemeente Maastricht als het Rijk gedoogden, dat de berg werd verkocht aan een Belgische maatschappij, die hem afgraaft en in de aan zijn voet gelegen fabriek tot cement verwerkt. Toen de verkoop voor dit doel bekend werd, gingen alom in den lande kreten van verontwaardiging op. De Regee-ring, gevraagd of zij de vernietiging van den Pietersberg werkeloos zou aanzien, zegde toe, dat zij zou ingrijpen. Het bleef bij de toezegging. Er geschiedde niets. De fabriek werd
96