zijn, toen er na den moord op de De Witten een run op de Bank was) in de volgende eeuw het kapitaal ten behoeve van de Oost-Indische Compagnie. Toen de Franschen in 1795 Holland binnendrongen en wellicht de belooning der patriotten in de kelders van de Bank hoopten te vinden, vonden zij niets. Maar Adam Smith was, toen hij zijn Wealth of Nations schreef, van oordeel, dat een geschiedenis van de Bank van Amsterda n belangwekkender zou zijn dan eene van de Bank of England en bewoog den heer Hope, een Hollander van Joodsche afkomst en voorvader vi n eenige voorname Engelsche kerkelijke grootheden, er een „uitweiding ” over te schrijven.”
De hier bedoelde instelling was de beroemde Wisselbank. Zij was gevestigd in het Stadhuis (op den Dam).
Nadat de Oost-Indische Compagnie de Wisselbank in haar val had mede-gesleept, begaf Amsterdam zich niet weder op het terrein van het bankwezen — tot eenige jaren geleden de Raad besloot tot stichting van een gemeentelijk Girokantoor, dat gevestigd werd in de lokalen van de Groote Koopmansbeurs, waar te voren de Effectenbeurs werd gehouden, doch later werd overgebracht naar de geheel verbouwde voormalige Stadsdrukkerij, nog voormaliger de Vleeschhal, in de Nes.
Men denke echter niet, dat het Girokantoor een herleefde Wisselbank is, industrieele en handels-onderneming financiert en andere bankoper 1-ties verricht. Zijn voornaamste doel is: bevordering van het geldverkeer door middel van overschrijvingen en het verrichten van geldzending* n en betalingen in de stad zelve, alsook in binnen- en buitenland, de inning van cheques en wissels, het „verzilveren” van coupons, de betaling van belastingen, verzekeringspremiën, op gezette tijden terugkeerende vorderingen en wat dies meer zij. Het neemt daartoe gelden in deposito, doch doet dit ook op langen termijn. Het Girokantoor verricht dus voor de burgerij belangrijke diensten en het verschaft tevens de Gemeente in zekere mate kasgeld, zoodat zij minder afhankelijk is van bankiers. Het is een zeer populaire instelling, met welker vestiging het Gemeentebestuur een goede greep heeft gedaan.
Tentoonstellingen. Elders werd reeds herinnerd aan de Wereldtentoonstelling van 1883. Twaalf jaren later werd op dezelfde plaats, achter het Rijksmuseum, opnieuw een internationale tentoonstelling gehouden, gewijd aan het Hotel- en Reiswezen. Het eenig bijzondere, dat daarvan valt te vermelden, is het 17de-eeuwsche marktplein, dat er aan verbonden was: oude huisjes,raadhuis, taveernen en wat er alzoo verder bij behoort,
314