Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



de vader van den dichter, leider; na hem kwam de in 1936 overleden heer Anton Mensing.

Hygiëne. Ongeveer een eeuw geleden schijnt Amsterdam op het stuk van hygiëne wel wat te wenschen over te hebben gelaten. Wijkmeester Meijer geeft daaromtrent de volgende, weinig aantrekkelijke beschouwingen: „Door de zwaarte der belastingen en het minderen der werkzaamheden, is in deze stad de Armoede zeer vermeerdert; hier door zijn de ongelukken die in dezelve voorvallen ook meerder geworden. Want door het niet kunnen gebruiken van Dierlijk Voedzel als Vleesch enz. verminderen de kragten der inwoonders zeer veel. Van hier dat zij alle minder tegenstand kunnen bieden aan de ongemakken van wind en weder, van hier de menigvuldige verkoudheden, hoesten en dergelijke onheilen, als Kiespijnen, Jigt en Rhumatismus, en door deze zwakte zijn er een aantal welke gebroken zijn of in Breukbanden moeten gaan wegens hunne breuken. Deze onheilen worden zeer vermeerderd, doordien zeer veele hunne slaapsteden in diepe en togtige kelders moeten hebben; ook lijden veele aan de Oogen door het gestadig rooken, dat het in deze kelders en ook in veele huizen doet; verder heerschen hier nog veele koortsen, maar weinige doorgaande ziektens.”

Het vermoeden is niet ongewettigd, dat geneeskundigen wel een en ander op deze medische beschouwingen des Wijkmeesters zullen hebben af te dingen. Zelfs een leek heeft het recht te twijfelen aan de juistheid van de stelling, dat kiespijn haar oorzaak vindt in gebrek aan dierlijk voedsel; en daar medici bij rheumatische aandoeningen vermindering van gebruik van zulk voedsel aanbevelen, kan bezwaarlijk de opinie van den Wijkmeester worden gedeeld, dat afwezigheid van vleeschvoeding „jigt en rhumatismus” tot gevolg heeft, veel minder dat breuken er het gevolg van zijn.

Maar laat dit zijn hoe het wil, zoo mag men toch wel uit het geciteerde de gevolgtrekking maken, dat het een kleine eeuw geleden met den hygiëni-schen toestand, vooral met de volksgezondheid slecht was gesteld.

Er bestaan beschrijvingen van de wijzen hoe het met verzamelen en wegvoeren van straat- en stadsvuil was gesteld, die men niet zonder afgrijzen en walging kan lezen. De afvoer van faecaliën (er wordt elders in dit boek eenigszins uitvoerig over gesproken) was afschuwelijk. De woningtoestanden bij de armen waren ellendig. De geneeskundige verzorging der onver-mogenden was gebrekkig en onvoldoende. De sterftecijfers waren dan ook, met onze oogen bekeken, ontstellend hoog.



293

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.