Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



De Bierdragers waren van ouds verpligt de lijken, die uit het Oude Manhuis begraven moesten worden, te dragen, waarvoor elke Drager ƒ 1,5 kreeg. Tot aan het laatst der 16e Eeuw moesten de Raaden hun afgestorven medebroeders ten grave dragen, doch in het Jaar 1682 wierden zij ontslagen om in Persoon als Raden mede te begraven te gaan.

Toen de Gilden in stand waren, moesten de Jongste ofwel Veertien Gilde-broeders het Lijk dragen, maar bij de vernietiging der Gilden is dit afgeschaft.

’s Avonds voor de Begraving word het Lijk in de kist gelegd, en de Begraving vind dan op de volgende wijse plaats (op dien dag of ’s avonds te voren word bij de Roomschen het lijk door eenen Priester eerst beaard). Bij de aanzienlijken geschied dit op de volgende wijze. De naaste Vrienden welke verzocht zijn om bij de begraving te adsisteeren, vervoegen zig tegen elf uren met koetsen aan het sterfhuis, terwijl de Aansprekers en Dragers zig voor de Deur en in het voorhuis zig laten vinden. Deze nu alle bij een zijnde en van handschoenen en lanfers voorzien worden, gaat een der Aansprekers bij de Famielie en vraagt of iemand van dezelve den Overledene nog begeerd te zien; dit geschied zijnde, word de kist digt geschroefd en door de Dragers opgenomen en in de Lijkkoets gezet, wordende de kist met een Roef gedekt, waar over een koetskleed gespreid word; de Dragers plaatsen zig, bij de Hervormden, zeven aan elke zijde naast de koets, maar bij de Roomschen twee aan twee agter dezelve. De Aansprekers, vijf of zes, gaan voor de koets, en dus begint de optogt zeer langzaam, zijnde het eene Eer voor de Aansprekers om niet te vroeg of te laat in de kerk te komen, maar precies op het slaan van 12 uren. Intus-schen begeeven zig de Heeren met een of twee koetsen naar het Kosters-huis of de Kerk of het Kerkhoff. Het Lijk nu aan de kerk gekomen, word door de Dragers uit de koets genomen en op eene Lijkbaar gezet, over welke kist dan een Roef en daar over een zeer groot kleed gedekt word, waarna de Dragers hetzelve op hunne schouders neemen, en het zelve eene kleine weg vooruit dragen, wordende de Heeren door een der Aansprekers dan uit het Kosters Huis gehaald, welke het Lijk volgen, het welk door de Dragers met een omweg tot aan het geopend graf gedragen word; hetzelve word bij hetzelve nedergezet, het Kleed word daar afgenomen, en twee Doodgravers neemen het van de Baar af en zette het op twee latten welke over het graf gelegd zijn, waarna hetzelve met touwen in het graf nedergelaten word; zommige der Dragers werpen dan een schop zand op de kist, hier op plaatsen zig de Heeren op eenen Rey naast elkander, terwijl de Dragers een voor een van de Aanspreker het hun toegelegde



280

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.