zich herstellen, even zeker als zij zich een halve eeuw geleden heeft hersteld van de slagen, haar in en na den Franschen tijd toegebracht, zoodra haar de kans, de niet eens zeer goede kans, daartoe werd gegeven.
Als financieel centrum is Amsterdam in den loop der hier behandelde honderd jaren zeer vooruitgegaan.
Wijkmeester Meijer vermeldt dat in zijne dagen het aantal „kassiers” zeer was verminderd. Het is sedertdien aanzienlijk vermeerderd. Amsterdam bezit thans vele groote en ettelijke kleinere banken, onder welke eenige van buitenlandschen oorsprong. De effecten-, geld- en wisselhandel is zeer aanzienlijk. De Amsterdamsche Beurs behoort ongetwijfeld tot de voornaamste van Europa.
Over haar huisvesting een enkel woord.
Het eerste Beursgebouw stond op het Rokin, achter den Vijgendam, over het water uitgebouwd. Hendrick de Keyser had het ontworpen. Ongeveer 1840 werd besloten tot den bouw van een nieuwe beurs. De bestaande werd afgebroken en op den Dam werd een houten hulpbeurs gebouwd. Een stuk van het Damrak werd gedempt en daarop bouwde Zocher een nieuwe Beurs, met een quasi-Grieksch front en leelijke zij- en achtergevels, plus een „puist”, die het verkeer op den reeds smallen toegang tot het Damrak zeer belemmerde. Deze Beurs, die tegelijk voor den goederenen den fondsenhandel diende, werd in 1845 in gebruik genomen. Tus-schen 1880 en 1890 ontstond behoefte aan een grooter en beter ingericht Beursgebouw. Allerlei denkbeelden en plannen werden geopperd, in kranten, geschriften en vergaderingen met vuur bepleit en met evenveel vuur bestreden. Het gemeentebestuur ging er, in afwachting van de dingen, die zouden komen, maar alvast toe over het halve Damrak te dempen en legde er een plantsoen aan, toen de geschapen zandwoestijn permanent dreigde te worden ; er werd ook een houten loods gezet, in welke de drie-, later vierjaarlijksche schilderijen-tentoonstellingen werden gehouden en waarin het hoofdpostkantoor was gevestigd gedurende den tijd, dat het nieuwe werd gebouwd. Een prijsvraag werd uitgeschreven; het ontwerp van den Rijsselschen architect Cordonnier (die later het Haagsche Vredespaleis zou ontwerpen) werd bekroond; doch van uitvoering kwam niets. Ten slotte hakte Treub den knoop door en droeg aan Berlage den bouw op. In 1900 heeft Hare Majesteit de Koningin de Beurs geopend.
Het gebouw bevat een zeer groote zaal, die tot Koopmansbeurs dient, en twee kleinere, waarvan een als graanbeurs dienst doet en de andere geruimen tijd de effectenbeurs herbergde; de Vereeniging voor den Effectenhandel had er bovendien beschikking over een sociëteitslokaal en een
226