Amsterdam, die groote stad

Titel
Amsterdam, die groote stad

Jaar
1936

Druk
1936

Overig
1ed 1936

Pagina's
353



„Het is mij hetzelfde, als ik het geld maar heb, Hoe ik er aankoom” — Hier om konde zij ook zoo ligtzinnig over het eerlijke, door hun zweet gewonnen Geld niet denken, als men thans over hetzelve denkt. Vreemd zouden zij zekerlijk over veele onzer tegenwoordige Winkeliers denken, als zij zagen, na van hun hunne klagten gehoord te hebben, en daar bij hunne toestand van zware schulden, en weinig debiet wetende, dat deze dan nog alle Partijen bij konde wonen, zig op het prachtigst kleeden, uit Rijden gaan, en zig dus als de aanzienlijkste voordeeden. Zij zouden moeten uitroepen „O, Tijden, O Zeden, Hoe beschaamd moeten zulke Menschen niet wezen.” Door dit doen van zeer veele word de Eerlijke en Eenvoudige Winkelier, niet mede kunnende doen, bij het algemeene weinige Debiet geheel ten onder gebracht, en zoo doende verkwijnt den geheele Binnenlandsche Handel, welke nadeelen tot op den geringere Ingezetenen afdaalen. Deze moeten bij gebrek van Werk hunne toevlugt tot de Banken van Leening en Kleine Pandjeshuizen neemen, van welke een zeer groot aantal in deze stad gevonden worden, maar daar de Goederen zeer weinig in waarde zijn, en men bijna geen Goud of Zilver bij deze klasse vind, zoo word maar zeer weinig op het ingebragte gegeeven, zoo dat het niet toereikend tot het nodig levensonderhoud is; geen Goederen dus meer hebbende, vervallen deze alle aan de Armenkassen, of bieden zig aan om naar Frederiksoord te gaan. O, Amsterdam, wat zijt gij, met al uwe uiterlijke pracht, niet diep gezonken. Wat zal het Nageslacht, als eens al hunne Vrachtsleden niet meer nodig zijn, met al uwe Brommertjes en Vigilanties doen? Ja, zullen zij die dan gebruiken om des te spoediger hunne geheele ondergang tegemoet te snellen? Maar dat dit toch nimmer hun Lot moge zijn, wenscht en bid elk weldenkend Amsterdammer.” Het is geen vroolijk tafereel, dat onze Wijkmeester hier schildert, maar het is natuurgetrouw. De economische toestand van Amsterdam was in zijne dagen inderdaad hoogst ongunstig; het was trouwens in geheel Nederland weinig beter gesteld. De Bosch Kemper en andere schrijvers uit dien tijd doen daaromtrent ontstellende mededeelingen.

Het is vele jaren zoo gebleven. Wat Amsterdam betreft, kwam de opleving eerst na de opening van het Noordzeekanaal en dan nog aanvankelijk in zeer langzaam tempo. Het is nog maar een goede vijftig jaren geleden, dat men van tijd tot tijd in het Handelsblad advertenties kon vinden van ongeveer den volgenden inhoud:

„Ligt in lading voor..., aan den Westerdoksdijk, het snelvarend fregatschip Atlanta, kapitein...”

Dan lag daar het schip, weken, soms zelfs maanden lang, aan den steiger

221

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.