betrekkelijk weinige jaren geleden het geval was; 3. vele van oudsher gevestigde piano-magazijnen zijn opgeheven en niet door nieuwe vervangen; de meeste der nog bestaande zagen zich gedwongen tot den verkoop van radio-toestellen en gramofoons met toebehooren over te gaan. De sinds acht of negen jaren heerschende crisis, welker noodlottige invloed veelzijdig en veelsoortig is, zal zich stellig ook op dit gebied laten gelden. Maar de invloed van de „muziek in blik”, de mechanische muziek, de radio, is hier stellig niet zonder beteekenis — en de even onmiskenbare als algemeene daling van het peil der cultuur valt ook hierin te herkennen; de populariteit van de afgrijselijke jazz-„muziek” is een veelbeteekenend symptoom.
Het tooneelgordijn van den eersten Stadsschouwburg, de Houten Kast, op het Leidscheplein, prijkte met dit opschrift:
„Der kunsten God aan ’t IJ, met geestdrift aangebêen,
Kroont hier in ’t heilig koor verdienste en deugd alleen.”
Waarschijnlijk is deze aanbidding van „der kunsten God” thans „aan ’t IJ” algemeener en ernstiger, dan ten tijde dat Zubli deze dichtregels schreef. Even waarschijnlijk is zij minder ernstig en algemeen dan eenige tientallen jaren geleden. Maar de kunst, in al hare uitingen, is wel zoo stevig verankerd in het leven der Amsterdammers, dat er alle reden is om te verwachten, dat zij, ondanks de heerschende, doch stellig tijdelijke onevenwichtigheid, in hunne stad ten eeuwigen dage „met geestdrift aangebêen” zal blijven.