Diamantbewerkersbond, een van Berlages schoonste scheppingen. Amsterdam kende een eeuw geleden, buiten en behalve deze schouwburgen, nog eenige Salons de Variétés. Onze Wijkmeester maakt van één gewag. Van der Vijver spreekt van drie en zegt er het volgende van: „De eerste salon, gelegen in de Nes, hoek van de Kuipersteeg... is daar ter plaatse een sieraad der stad. De voorgevel, van gemengden stijl, prijkt met de standbeelden van Thalia en Melpomene. De zaal is eenvoudig schoon en met hare ruime galerijen doelmatig ingerigt...
De tweede, eenigen tijd later, in de ruime Amstelstraat, hoek van de Paardenstraat gevestigd, ...strekt almede tot ui terlijke verfraaying van Amsterdam. De wel ingerigte zaal, die meer bezoekers dan die in de Nes bevatten kan, heeft twee galerijen. De directeuren, ondernemers en op-rigters van beide vermakelijkheden wedijveren door verscheidenheid van voorstellingen, gepaard met voortreffelijke kleeding en tooneeltoestel, om het publiek, ten koste van 75 centen in vertering, te verpoozen... Hoewel deze schouwtooneelen een Franschen naam dragen, bepaalt zich echter de voorstelling tot de Hollandsche taal.
De derde (théâtre du vaudeville français) beantwoordt daarentegen aan haren naam, aangezien de voorstellingen in het Fransch worden gegeven. Hij is gelegen op den Singel over het Gymnasium, doch heeft naar het uitwendige niets behagelijks. Het bovenste gedeelte der zaal is tot koffij-kamer ingerigt. Men vindt er dagbladen en tijdschriften, en heeft er het gezigt op het tooneel. Naar het inwendige overtreft hij de boven vermelde salons, die allen met gas worden verlicht en des avonds ten acht ure het tooneel openen.”
De Salon in den Nes werd later een formeele schouwburg en werd toen Tivoli gedoopt; o.a. had de bekende acteur Henri Morriën er de leiding. Daarna exploiteerde Frits van Haarlem het als café-chantant. Ten slotte werd het gesloopt en thans staat er een tabakskantoor.
De Salon op het Singel had een kortstondig bestaan. Hij is sinds tal van jaren in een kantoorgebouw veranderd.
De Salon in de Amstelstraat daarentegen heeft een roemrijke geschiedenis. Ongeveer 1870 kwam het onder directie van Boas, Judels en Bouwmeester. Boas was de business manager en bureaulist; Judels en Bouwmeester (de groote Louis) hadden de artistieke leiding en waren de voornaamste spelenden. Met hen traden o.a. op Doortje Bouwmeester (Mevr. Mann), Frits Bouwmeester, Van Beem, Bamberg, Blaaser, Heesbeen, Strelitski. Het repertoire bestond eensdeels uit vervaarlijke draken: De Schipbreuk der Medusa, Het. Geheim van Miss Aurora, De Gebochelde,
173