naar Zaandam, Alkmaar, Beverwijk en IJmuiden, doch ook naar Edam en Marken, naar de geannexeerde dorpen aan den overkant van het IJ, naar het vliegveld Schiphol, naar de uitspanningen aan den Amstel, tot Ouderkerk en Uithoorn toe, naar de Vechtstreek, met het fraaie kasteel-museum Nyenrode, bij Breukelen, als eindpunt, naar Hoorn en wie weet waarheen alzoo meer. Zelfs zijn er voor hen, die privatim er op uit willen, water-taxi’s ter beschikking.
Electrische en benzinemotor-trams verbinden de stad met Haarlem en Zandvoort, met de streken benoorden het IJ en met het Gooi. Zij hebben, als alle intercommunale tramlijnen, een moeilijk en steeds moeil ijker wordend bestaan; het is zelfs de vraag, of deze en vele andere smurte-kinderen des vervoers op den duur in staat zullen zijn het leven te behouden. Sommige hebben het reeds voorgoed afgelegd. De overige zullen voor en na wel volgen. Zij hebben hun tijd gehad en moeten hun terrein afstaan aan den zegevierenden benzinemotor.
Ten slotte is daar nog een geheel nieuw verkeer, waarbij Amsterdam in belangrijke mate is betrokken: dat door de lucht.
De luchtvaart is nog jong. Een kwart eeuw geleden verkeerde zij nog in haar kinder-, zeker in haar vlegeljaren. Indien men eenige weinig be-teekenende vliegdemonstraties buiten beschouwing laat, kreeg Amsterdam haar eerst naar behooren te zien in 1919, toen aan den overkant van het IJ de E.L.T.A. (Eerste Luchtvaart-Tentoonstelling Amsterdam) werd gehouden. Deze tentoonstelling slaagde uitermate en maakte Amsterdam, air minded, zoo zelfs, dat een toenmalig gemeenteraadslid, de heer Manassen, het denkbeeld opperde, het E.L.T.A.-terrein tot vlieghaven in te richten. Hij werd uitgelachen. Ten onrechte. Want weldra kwam de luchtvaart tot snelle ontwikkeling en ware zijn denkbeeld uitgevoerd, dan zou Amsterdam iets hebben gehad, dat geen andere stad bezit: een vlieghaven vlak bij het centrum van de stad.
Het heeft niet zoo mogen zijn. Amsterdams luchthaven is ettelijke kilometers van de stad verwijderd. Onze stad staat dus in dit opzicht gelijk met vrijwel alle overige steden, die vliegvelden bezitten. Doch het had anders en beter kunnen zijn.
De luchthaven Schiphol, dus genaamd naar het oude fort in de onmiddellijke nabijheid, onlangs gesloopt (jammer genoeg, want de zware steenen toren stond daar als de donjon van een middeleeuwsch kasteel), ligt buiten het gebied der stad, in de Haarlemmermeer. Zij neemt een belangrijke plaats in het luchtverkeer in, als centrum en knooppunt van bim tenen buitenlandsche verbindingen. Er worden regelmatige diensten onder
148