(verbrand en zedert woonhuis); Wapen van Amsterdam, Warmoesstraat bij de St. Jansstraat; Maltha, Nes hoek Boeren Vischmarkt; Het Wapen van Bern, Op het Spuy; L’Espérance, Nes bij de Langebrugsteeg; De Zeven Kerken van Rome, Rokin bij de Kapelsteeg; De Tweede Lies-veldsche Bijbel, Warmoesstraat over de St. Jansstraat; Het Ertgelsche Wapen, Warmoesstraat bij de Papenbrugsteeg; De Stad Utrecht, Rokin bij de Langebrug; De Eerste Wijnberg, Warmoesstraat bij de Armsteeg; De Tweede Wijnberg, Warmoesstraat bij de Armsteeg.
Dus waren er voorheen 42 Logementen, welke vermaard waren; hiervan zijn er 19 tot Woonhuizen enz. veranderd, dus blijven er nog 23 van over. Thans in 1841, zijn de Groote Doelen, den Doelen en het Hotel der Nederlanden daarvan de voornaamste. Er zijn ook nog verscheidene van minder rang.”
Thans, in 1936, bestaan van alle deze hotels nog slechts drie, te weten: 1. De Kloveniers Doelen, thans Doelen-Hotel; 2. Hotel der Nederlanden, thans Hotel des Pays-Bas; 3. Het Rondeel, thans Hotel de 1’Europe. Maar nu keeren wij tot het groote verkeer terug.
Toen de spoorweg Amsterdam-Haarlem verlengd was geworden tot Rotterdam en verder, werd het station aan den Haarlemmerweg te klein. Na veel gehaspel en strijd, waarover reeds werd gesproken, werd besloten tot het maken van eilanden in het IJ, op welke een centraal station zou worden gebouwd. Als voorloopigen maatregel werd aan het Droogbak een tijdelijk houten stationsgebouw gezet, dat vele jaren dienst heeft gedaan. Toen het Oostelijke Stationseiland gereed was, kwam daar eveneens een houten stationsgebouw, van den Ooster-Spoorweg (lijnAmsterdam-Gooi-Amersfoort). Het werd eenige jaren later door brand vernield; een nieuw werd niet gebouwd; het eindpunt van de lijn werd verlegd naar het Centraal Station, dat op het middelste Stationseiland was verrezen. Tusschen dit station en dat van de Rijnspoor, later Staatsspoor, bij het Weesperplein, werd een verbindingsbaan gemaakt.
Toen de stad zich uitbreidde, rezen allerlei moeilijkheden. De spoorweg Amsterdam-Utrecht belette het tot stand komen van een normaal stratennet achter de Weesperzijde en belemmerde in stijgende mate het verkeer in de weinige straten, die niet tegen de spoorbaan doodliepen. De verbindingsbaan tusschen de beide stations sneed de steeds grooter wordende nieuwe wijken, die zich in de inmiddels geannexeerde Watergraafsmeer en tegen den Zeeburgerdijk (Indische buurt) hadden ontwikkeld, vim de stad af en belette ook dat deze wijken behoorlijke tram- en buslijnen kregen. Ten opzichte van de Indische buurt werd daarin voorzien door
146