De Kermis bepaalde zich niet tot de Botermarkt, al bereikte zij daar ook haar hoogtepunt. Zij deed zich op alle pleinen gelden en nam ook wel stukken belendende gracht in beslag.
In 1875 werd zij afgeschaft, hetgeen aanleiding gaf tot een formeel, zij het vrijwel onbloedig oproer, dat de stad ettelijke dagen in onrust hield en slechts met den bijstand van militairen kon worden gedempt. Er deed zich bij deze relletjes een curieuze bijzonderheid voor. Niet lang vóór de Gemeenteraad het besluit tot afschaffing van de kermis nam, was het standbeeld van Thorbecke geplaatst op het Reguliersplein, dat toen meteen naar hem werd genoemd. Het beeld stond daar in glanzend bruingeel brons. Hoe men er toe kwam, is onbekend gebleven, maar het in die dagen in politiek opzicht niet bijster geschoolde volk haalde zich in het hoofd, dat de afschaffing van de kermis aan Thorbecke te wijten viel! De groote staatsman en geleerde had zich met de plaatsing van het Centraal Station in het IJ zeker aan de stad vergrepen, maar aan het Kermis-onheil was hij uiteraard dood-onschuldig. Maar Jordaners, Eilanders, Zeedijkers enz. dachten daar anders over: Thorbecke was de schuldige, die hen van de jaarlijksche Kermis-geneugten had beroofd. In een van de oproer-nachten werd het beeld met steenen, vuil en drek gebombardeerd. En het lied, hetwelk de oproerlingen lieten schallen, en dat nog vele jaren werd gehoord, op de wijze van „Een pondje boter”, eindigde met het refrein:
„En van je hela, hola,
Gele demi-saison.”
Met de „gele demi-saison” werd Thorbeckes goudkleurige gekleede jas bedoeld!
Later werd de slotregel gecorrumpeerd tot „leve demi-saison”, hetgeen zin noch beteekenis heeft.
De Kermis was dus afgeschaft, maar weldra werd der burgerij een surrograat aangeboden.
Op verschillende plaatsen in de stad bestonden, of waren ontstaan, inpandige ruimten, die, merkwaardig genoeg, parken werden genoemd. Eenige daarvan waren bebouwd, zoo o.a. het Montefiore-Park, een slop aan de Plantage Muidergracht bij de Kerklaan. Een ander, vrij groot en onbebouwd, lag aan den Overtoom, een eind voorbij de Pestbrug (de wipbrug vóór de laan, die leidde naar het Buiten-Gasthuis, van ouds Pesthuis genoemd) en heette Prinses Maria-Park, ter eere van de echt-genoote van Prins Hendrik, den broeder van Koning Willem III en naar
8