BIJLAGEN
Antwoord: fa.
22. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte vrouw: Ook u wilt de handeling van chalitza verrichten? Antwoord:
Ja.
23. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte zwager:
Maar, ik moet het herhalen: hebt u misschien enige verklaring afgelegd waardoor de kracht van deze chalitza zou worden verzwakt? Antwoord van de tot leviraat verplichte zwager: Ik heb geen verklaring afgelegd, noch enig woord gesproken dat van nadeel zou kunnen zijn voor de kracht van deze chalitza. En mocht ik een dergelijke verklaring hebben afgelegd, of een zodanig woord hebben gesproken, welnu, ik heb al elke zodanige verklaring of uiting als nietig verklaard. Ik verklaar haar bij deze nogmaals voor deze getuigen als nietig en van geen waarde.
i.4.e. De Chalitza
1. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte zwager en de tot leviraat verplichte vrouw:
Ga tegenover elkaar staan.
2. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte vrouw:
U zult zo direct enige hebreeuwse woorden moeten spreken die ik u zal voorzeggen en waarvan de zin en betekenis het volgende is: Mijn behuwdbroeder weigert de naam van zijn broer onder Israël te doen stand houden. Hij wil niet met mij trouwen.
De tot leviraat verplichte vrouw zegt de Voorzitter de volgende woorden na:
"mee'eenjavami lehakiem le'achiev sjem b-jisrael, lo avajewamie."
3. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte zwager:
Hoort u wat uw schoonzuster zegt? Zij verklaart ons nadrukkelijk dat u
niet met haar wil trouwen.
Antwoord:
Ik heb het gehoord en zo is het.
4. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte zwager:
Welnu, verklaar dit dan uitdrukkelijk in de volgende hebreeuwse woorden, waarvan de betekenis is: Ik wil niet met haar trouwen. Zeg mij dan die woorden na: "Lo chafatstie lekachtah".
5. Voorzitter tot de tot leviraat verplichte zwager:
207