OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
Ook de takkana van R. GamlieP87 die het de man verbood om een eenmaal uitgevaardigde get, die hij door een vertegenwoordiger aan zijn vrouw had gezonden, te annuleren indien de vertegenwoordiger niet aanwezig is, is een inperking van het recht van de man, ter bescherming van de vrouw1. De hiervoor al beschreven regeling met betrekking tot het geld van de ketoeba; bij scheiding moest de man dit uitbetalen. Dit is een barrière tegen lichtvaardige scheidingen.
Als de vrouw krankzinnig was geworden, kon er geen echtscheiding plaatsvinden. Dit wordt gebaseerd op het al eerder vermelde in Dew. 24:1 "... en hij schrijft haar een scheidsbrief, stelt haar die ter hand....", waaruit geconcludeerd wordt dat zij moet begrijpen wat er gebeurt. Omdat een krankzinnige wordt geacht dit niet te begrijpen, kan er geen echtscheiding plaatsvinden.2
142
1 Zieü.i.d
2 Zie Reuven Mayer, "Mental Health and Divorce in Jewish Law", International Journal of Medicine and Law, Vol. I (1979/1980), pag. 315-333; Samuel Wolfman: "Mental Diseases in Divorce Law In the Responsa Literature and in the Rabbinical courts ruling in Israel", Conference Paper nth Biennial Conference of the Jewish Law Association, Zutphen/Holland, 2000; Rabbijn Samuel Rosenblatt: "The Jewish Laws of Marriage and Divorce Applying to the Mentally Incapacitated", Proceedings of the Rabbinical Assembly Vol. 21 (1957) [00k afgedrukt in Proceedings of the Comittee on Jewish law and standards of the Conservative movement, 1927-1970, Vol. Ill, pag. 1486-1490, (verder PCJS); krankzinnigheid of enige andere mentale ziekte waarom de man niet compos mentis is, verhindert hem (uiteraard ook) een geldige echtscheiding uit te voeren,