ONTBINDING VAN HET HUWELIJK
rechter verklaren dat de persoon is overleden indien aan een van de andere hiervoor vermelde voorwaarden is voldaan.
Voor de man bestaat er in de Joodse wet een andere mogelijkheid. Volgens de wetten van de Tora mag een man tegelijkertijd met meerdere vrouwen gehuwd zijn1. Pas in de tiende eeuw werd de takkana van R. Gersjom inhoudende een verbod van polygamie van kracht2. Hoewel uitgevaardigd ter bescherming van de vrouw3 leverde de toepassing problemen op. Wat te doen indien de vrouw weigerachtig was om de scheidsbrief in ontvangst te nemen of indien zij geestelijke incompetent was geworden zodat zij niet rechtsgeldig aan een echtscheiding kon meewerken?
In zo'n geval werd de echtgenoot met de toestemming van honderd rabbijnen ontheven van de ban op polygamie4.
In de literatuur5 wordt aangenomen dat een vrouw die verdwenen is, in de categorie 'moredet' (rebelse vrouw) kan worden geplaatst en dan kan deze procedure van toepassing zijn.
De procedure wordt niet lichtvaardig toegepast en er is de in rabbijnse literatuur ook verzet tegen deze procedure6.
De keuze voor honderd rabbijnen wordt gebaseerd op een passage in Sifré7, Piska 209: "... en alle oudsten van de stad, zelfs al zijn het er honderd ....". Het woord 'alle' in verband met 'honderd' betekent dat 'honderd' gelijk is aan 'alle'. Praktisch betekent dit dat indien honderd
137
1 Zie ook Yad, Hilch. Isjoet 14:3
2 Zie noot 28.
3 Er worden in de literatuur verschillende redenen genoemd waarom R. Gersjom deze ban uitvaardigde: ter bescherming van de vrouw tegen haar immorele echtgenoot, ter bescherming van de huiselijke rust - de tweede vrouw wordt niet voor niets rivale genoemd -, economische overwegingen omdat de economische situatie van de Joden in de Diaspora in die tijd deplorabel was en wellicht de sociale druk vanuit de dominante christelijke omgeving waarin polygamie ten strengste verboden was.
4 S.A.E.H. 1: 11 en voorts R. Gedalia Schwartz: "Heter Mea Rabbanim" in JHCS Vol. XI pp. 33-49.
5 Zie het in de vorige noot vermelde artikel van R. Schwartz.
6 Schwartz o.c. p. 46.
7 Zie Il.i.b.