ONTBINDING VAN HET HUWELIJK
Ontbinding van het Huwelijk
Een huwelijk naar Joods recht wordt ontbonden door de dood van een der echtgenoten of door echtscheiding.
VILi Dood van één der Partners1
Op basis van Dew. 20:7 doet de dood van de man het huwelijk ontbinden. Hoewel de tekst betrekking heeft op de kidoesjien en niet op het volledige huwelijk kan men concluderen dat dit ook voor de niesoe'ien of de choepa geldt. Voorts geldt deze regeling ook voor de man indien de vrouw overlijdt.
Indien de vrouw overlijdt kan de man zonder meer hertrouwen.
Als de man overlijdt, kan het zijn dat op de vrouw de leviraats-verplichting komt te rusten. Een leviraatshuwelijk is nodig als een gehuwde man kinderloos sterft. Al in de bijbelse tijd was de leviraatsplicht niet de enige optie meer (Dew. 25:5 -10). De broer (en ook de vrouw) kan de leviraatsplicht weigeren. Zij hoeven daarvoor geen speciale reden te geven. Als deze niet wordt uitgevoerd, dan vindt er een scheidingsprocedure (chalitza) plaats. In Asjkenaz wordt de optie van chalitza geprefereerd boven de leviraatsplicht. Ondanks het feit dat het leviraatshuwelijk nauwelijks meer voorkomt, is de vrouw rechtens aan haar overleden man gebonden totdat een van de ceremonies is volbracht. Dit betekent halachisch dat de weduwe niet kan hertrouwen (en ook geen buitenhuwelijkse seksuele relaties kan hebben) totdat een van de broers aan de leviraatsplicht heeft voldaan, ofwel de chalitza ceremonie is voltrokken. In gevallen waar de broers niet aanwezig zijn, geen religieuze ceremonies willen doen of minderjarig zijn, is dat problematisch.2
133
1 338 Dew. 20:7 "En wie is er die aan een vrouw door huwelijksbelofte verbonden is, maar haar nog niet getrouwd heeft? Die moet teruggaan naar zijn huis, anders zou hij in de oorlog kunnen sneuvelen en zou een ander haar huwen".
2 S.A. E.H. 156,161,164-167. Riskin, 1989, pp. 27-9; Zemer, Halacha Sjefoeya, 63-72; zie Elon, op verschillende plaatsen, voor een historisch overzicht. Zie ook noot 22.