HALACHISCHE STATUS VAN CIVIELE HUWELIJKEN
VI.2.a Kidoesjien
Volgens de Halacha is er pas sprake van kidoesjien ingeval er geld is betaald, een document is getekend en geslachtsgemeenschap heeft plaatsgevonden. Deze drie elementen/handelingen constitueren de kidoesjien. Dit geldt niet voor een civiel huwelijk. Dit ontstaat pas na de verklaring en het document is een bewijs van het bestaan van het huwelijk; het doet het huwelijk niet ontstaan. De regel: "geen man in Israël gedraagt zich liederlijk" kan niet worden toegepast bij civiele huwehjken, omdat het een basisvooronderstelling is die kan worden gebruikt zolang deze niet door de feiten wordt weersproken. Bij een civiel huwelijk is dat wel het geval. Volgens de Ribasj:1
"Omdat ze zijn begonnen met huwelijk te sluiten volgens de manieren van de niet-Joden drukken ze hiermede uit dat zij niet beogen een huwelijk te sluiten volgens de Wet van Mozes en Israël."2
VI.2.b Getuigen
Er is geen substitutie mogelijk voor de aanwezigheid van twee halachisch geschikte getuigen. Zelfs als er niet volgens de Halacha competente getuigen aanwezig zijn, zijn hun verklaringen ongeldig omdat, volgens Rabbijn Mosje Feinstein "Een getuige niet (naar een niet-Joods gerecht) gaat om een niet-Joods huwehjk bij te wonen".3
1^5
1 Rabbijn Izaak ben Sjesjet Perfet, Spanje 14de eeuw.
2 Sje'elot oeTesjoewot (Sjoet) Ribasj 6.
3 Iggrot Mosje, Even HaEzer 2:19. Het standpunt van Rav Feinstein is niet eenduidig. In andere responsa geeft hij aan dat huwelijken waarbij niet-orthodoxe rabbijnen optreden er bij het beëindigen van zo'n huwelijk toch een get noodzakelijk is. Eigenlijk hoort Rav Feinstein bij degenen die een tussenstandpunt innemen. Zie ook voor het standpunt van R. Feinstein het in noot 314 vermelde werk van David Friedman. Hoe door sommigen (orthodoxe rabbijnen) tegen niet-orthodoxe huwelijken wordt aangekeken leze men in het artikel van R. Norman E. Frimer en R. Dov I. Frimer: "Reform marriages in Contemporary Halakhic Respona". Tradition Vol. 21.3 (1984). pp. 7-39.