OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
De Halacha volgt het standpunt van de School van Hillel volgens beide uitleggingen1 en trekt de conclusies door naar het onderwerp van het ongetrouwde paar2.
Vl.i.b Getuigen
Bij deze eis wordt de vooronderstelling gebruikt dat, hoewel er wellicht geen valide getuigen waren bij het sluiten van het huwelijk, het huwelijk toch halachisch geldig is als er in de stad wel twee valide getuigen zijn die kennis hebben van deze ceremonie. Dit wordt beschouwd als waren zij bij deze handeling zelf aanwezig. Rabbijn Sjimon ben Zemach Duran formuleert dit als volgt:
"En sinds er Joden zijn, die geschikt zijn om een getuigenverklaring af te leggen in de stad waar het huwelijk plaatsvond, die wetenschap hebben dat zij zich hebben afgezonderd, daarvan zeggen wij dat zij getuigen zijn geweest van het samenzijn, dat zij getuigen zijn geweest van de geslachtsgemeenschap en dat dit huwelijk effectief is vanaf het moment van de geslachtsgemeenschap"34'
VLi.c Verklaring
Bij het civiele huwelijk legt de bruidegom een verklaring af en ondertekent een document waarin hij verklaart dat hij deze vrouw huwt.
Uit het vervullen van deze drie handelingen kan men dus afleiden dat een dergelijk huwelijk halachisch relevant is, ook als de partijen daar wellicht niet bij hebben stilgestaan. Ik wijs er nogmaals met nadruk op dat, indien partijen uiteen wensen te gaan, volgens dit standpunt een get noodzakelijk is.
VI.2 Het Milde Standpunt
Bij dit standpunt wordt het verschil benadrukt tussen een huwelijk volgens de Halacha en een civiel huwelijk.
124
1 S.A. E.H. 149:1-2.
2 S.A.E.H. 26:1.