OVERZICHT VAN HET JOODSE HUWELIJKS- EN ECHTSCHEIDINGSRECHT
"Op heel mijn vermogen rust een hypotheek ten behoeve van jouw ketoeba"."1
Het woord/begrip 'ketoeba' komt niet voor in de Bijbel. Het woord zelf stamt zeer waarschijnlijk uit het Phoenicisch/Aramees2 en betekent 'schrijven' in de zin van blijvend3, terwijl er ook aanwijzingen zijn voor een Ethiopische oorsprong4.
De ketoeba is ingesteld ter bescherming van de vrouw tegen een lichtvaardige echtscheiding door de man5.
In de Bijbel6 wordt bij het aangaan van het huwelijk niets vermeld over een huwelijkscontract. Het instituut wordt voor het eerst in de Misjna vermeld, waarin in mKidd. 1:1 sprake is van een 'sjtar'. De volgende vraag is dan of deze 'sjtar' identiek is aan de ketoeba en welke de oorsprong is van dit rechtsinstituut. Hoe ontstaat in een agrarische nomadische, later agrarische sedentaire samenleving het idee, de notie, om voor zo'n handeling als bewijsstuk een document te gebruiken?
Een andere vraag is of de ketoeba van oorsprong Bijbels is (d'oraita) of door de rabbijnen is ingesteld (derabbanan). Het onderscheid d'oraita/ derabbanan is van belang voor de mate van handhaafbaarheid - d'oraita
106
1 In de Palestijnse Talmoed (yKet. 8:11) staat een licht afwijkende tekst; "Eerst werd de ketoeba gedeponeerd bij haar ouders, maar het was makkelijk voor hem (de echtgenoot) om van haar te scheiden. Het werd heroverwogen en er werd bepaald dat haar ketoeba bij haar man zou zijn, ofschoon het nog steeds makkelijk voor hem was van haar te scheiden. Het werd opnieuw heroverwogen en er werd bepaald dat de man van zijn vrouws ketoeba koppen, potten en schalen zou kopen. We hebben een uitspraak dat "de man zal niet tegen haar zeggen "hier, je ketoeba staat op tafel [neem het en ga]", maar al zijn bezittingen staan garant voor haar ketoeba; ze heroverwogen en bepaalden dat een man zijn zaken zou gaan doen met hetzelfde geld dat hij voor zijn vrouw in de ketoeba heeft gezet en als hij verlies lijdt is het moeilijk voor hem van haar te scheiden". De Palestijnse traditie is wat duidelijker en daarom vermoedelijk een latere versie. Zie Hauptman, o.c. 90, 63-65 en Greniman D., "On the Origins of the Ketubah", Nashim 4, 84-118, 2001.
2 Klein o.c. 158, p. 289.
3 vgl. Hebreeuws 'ketovet'= tatoeëren of inscriptie.
4 Klein o.c. 152, p. 289. Vgl. Ethiop. 'ketab = boek'.
5 bKet. na,bYew. 89a, Yad, Hilch. Isjoet 10:7.
6 Dew. 24:1.