VERPLICHTINGEN EN RECHTEN
IV.i.b Rechten1 van de Man
rV.i.b.i Recht op de Opbrengst van haar Werk2
Dit is, volgens één opinie, de tegenhanger van de verplichting van de man om haar te onderhouden. In bijlage 1.2 staat beschreven hoe deze zich tot elkaar verhouden.
IV.i.b.2 Recht op Voorwerpen die zij vindt3
IV.i.b.3 Vruchtgebruik van haar in Eigendom Toebehorende Zaken4
Dit is de tegenhanger van de verplichting van de man om voor zijn vrouw losgeld te betalen.
IV.i.b.4 Erfgenaam154
In de loop der tijden ontstonden er allerlei regelingen die het erfrecht van de man inperkten, mede om te voorkomen dat de erfgenamen zijdens de familie van de vrouw niets zouden krijgen.
Bekend is ook de regeling van de Joodse gemeenten Speyer,Worms en Mainz (Shum), inhoudende dat, indien de vrouw na een kort huwelijk kinderloos overleed, haar vermogen terugvloeide naar haar eigen familie. Ook in Frankrijk ontstonden dergelijke regelingen, zoals Kohn5 citeert: "... Ie gendre promet restituer tout ce qu'il a re^u si sa femme future (...) yroit de vie a trespassement decj a ung ans et demj (...) sanz hers...". Deze in Frankrijk ontstane takkana wordt door Finkelstein6 toegeschreven
95
1 150 Yad, Hilch. Isjoet 12:3.
2 bKet. 59a-6ib, S.A.E.H. 80:1,10 en Yad, Hilch. Isjoet 21:1. Nachmanides op Shemot, 21.
3 bKet. 65b-66a, S.A.E.H. 84 en Yad, Hilch. Isjoet 21:1.
4 Yad, Hilch. Isjoet 22, S.A.E.H. 69:3; 85:1,2,13.
5 Roger Kohn; "Les Juifs de la France du Nord dans la seconde moitié du XIV siècle". E. Peeters. Louvain־Paris.i988. p. 244.
6 L. Finkelstein; "Jewish Self-Government in the Middle Ages". The Jewish Publication Society of America. Philadelphia 1924. p. 43.